Een stralende zaterdagmiddag in een grote tuin. Mijn jongens en ik waren op bezoek bij mijn vriend T. Mijn oudste was een tijdje alleen in het huis en kwam toen pips naar buiten. ‘Die telefoon die in de speelkamer staat hè?’ zei hij. ‘Is die nep?’

Hij had er 112 mee gebeld. Er had iemand geantwoord, vertelde hij zachtjes, en dus had hij meteen weer opgehangen. Hij was geschrokken, was bang dat er enorme consequenties zouden zijn. We lachten erom. Iemand van de hulplijn belde meteen terug. T. nam op en legde de situatie uit. Ik zag aan mijn zoon dat het hem nog steeds dwarszat. Het had een diepe indruk op hem gemaakt. Ook schaamde hij zich. We probeerden hem gerust te stellen; we waren het er allemaal overal over eens, zeiden we, dat het niet gek was dat iemand een telefoon in een speelkamer had aangezien voor een speelgoedtelefoon.

We voetbalden. Vijf kinderen, twee vaders. Mijn oudste liep rood aan van de inspanning. Hij scoorde het meeste van iedereen. De middag rijpte in de zon. Alle dingen kleurden mee met het licht.

Ik realiseerde me ineens dat ik getuige was van een herinnering. Mijn zoon zou deze dag voorgoed onthouden. Je kunt dat niet van alle dagen zeker weten, maar van deze dag wist ik het zeker. Het was de dag waarop hij 112 belde met de telefoon van de beroemde vriend van zijn vader, omdat hij dacht dat het een speelgoedtelefoon was. Dat we daarna voetbalden, en dat hij de meeste doelpunten scoorde. Ik kon het hem zien vertellen aan vrienden in de kroeg, of aan zijn eerste liefde, in bed.

In het leven bezit je, in principe, je eigen heden en je eigen herinneringen. Maar de herinneringen van je kind? Daar heb je geen recht op. Je kunt er geen enkele aanspraak op maken.

Des te bijzonderder dat ik deze herinnering te zien kreeg als een foto. Een foto bij hem aan de muur. En dat ik naar mezelf kon wijzen. Kijk, ik was erbij, die dag. Daar staat hij, en daar sta ik. Mooi hè?


Een beetje laat op de dag, maar hier toch nog een stukje. Morgen ga ik al vroeg naar Gent met vrienden, dus dan geen stukje, en maandag waarschijnlijk ook niet. Mijn stukjes verstuur ik ook per mail. Mijn roman heet Bidden en vallen