De pindakaas die ik vanochtend op mijn boterham smeerde deed me denken aan het ontlastingsmonster dat ik gisterochtend inleverde bij de huisarts. Gisteren was mijn verjaardag. Het is raar om op je verjaardag met ontlasting in de weer te moeten zijn. 

Maar aan de andere kant: ik liet de verjaardag toch al niet echt toe. Ik deed er zelf niet aan mee, besloot ik. Zomaar een dag. Meteen na de eerste felicitaties op Facebook stelde ik op de pagina met privacy-instellingen mijn geboortedatum in op privé. Daarna druppelden er nog wel wat felicitaties binnen, maar de kraan was aardig stevig dichtgedraaid. Ik nodigde niemand uit. Op de appjes die kreeg zei ik netjes dank je wel en meer niet. 

Na het afleveren van mijn ontlasting ging ik naar de Action. Daar kocht ik een messenset, douchecrème, een zeemleren autospons, een steelpannetje, een Lifehammer veiligheidshamer, theelichtjes, een vergiet, kettingspray voor de fiets, een kaasschaaf, een Valma anti-condensdoek, twaalf AA Duracell batterijen, LED-fietslampen (voor en achter) en een rol Pattex duct tape. Toen de cassière E42,90 in rekening bracht overwoog ik om te zeggen: ‘Zo duur? Nou ja, goed, het is natuurlijk mijn verjaardag, dus wat kan het mij ook schelen.’ Of misschien hoopte ik wel dat ze het aan me zou zien. Dat ik jarig was. En dat ze iets zou zeggen waar ik behoefte aan had. Want ik had ergens behoefte aan, al had ik geen idee wat dat was.

Op het schoolplein stond ik afgezonderd en verscholen in jas en sjaal. ‘Feest!’ riepen mijn jongens toen ze me zagen. Ik nam ze mee naar een café en daar aten we appeltaart (zij) en cheesecake (ik). M’n jongens hadden de serveerster gevraagd of er een kaarsje in mijn stuk kon. Het werd een sterretje. Op ons na was de zaak verlaten. Ik keek naar het vonkende sterretje en wachtte tot het was uitgedoofd. We aten de taart en gingen naar huis. ‘We eten gewoon gezond vanavond,’ waarschuwde ik.   

’s Avonds bij het thaiboksen zei iemand: ‘Ik zal je maar niet feliciteren.’ Blijkbaar straalde ik het uit. Verder wist niemand daar dat ik jarig was. Naderhand, op de fiets naar huis, nog stomend van de inspanning, wilde ik ineens jarig zijn. Waarom had ik geen traktatie meegenomen naar de training? Waarom had ik niemand uitgenodigd voor koffie? Waarom had ik per se weer zo cynisch moeten zijn over mijn eigen verjaardag? Wat maakte mij zo bijzonder?  

Nu was het te laat. Tien uur geweest. De oppas ging naar huis. Ook zij wist niet dat ik jarig was. Tegen haar had ik misschien nog kunnen zeggen: ‘Ik ben jarig vandaag.’ Dan had ik het misschien nog even kunnen voelen; drie zoenen en de vraag: hoe oud ben je geworden? Ik keek naar het terrarium. Het licht was uit en Oscar zat verscholen onder zijn stuk boomschors. In de hoek van de kamer stond de tas van de Action. Ik dacht aan mijn ontlasting. 


Deze stukjes per mail ontvangen? Klik hier. Boek in aantocht: Wij zeggen hier niet halfbroer.