Gisteren gingen mijn oudere broers en ik naar een toneelstuk in Luyksgestel, een dorpje in Brabant, niet ver van Eindhoven. Mijn moeder is regisseur. Al sinds ik klein was ga ik naar haar opvoeringen, altijd in die contreien. Mijn vader schreef een tijd lang de stukken, maar nu doet ze ook stukken van andere schrijvers. Maria Goos een paar keer. Ditmaal een stuk van Herman Heijermans. Beschuit met muisjes, over een familie van opportunisten die de weduwe van een overleden broer haar erfenis aftroggelen.

Ik ken sommige van de acteurs al bijna mijn hele leven. Ik ken ze eigenlijk alleen van de toneelstukken. Dat is soms vreemd, want zo’n stuk is hooguit eens per twee jaar, en iedere keer zie ik dan bekende koppen die toch ook wat ouder zijn geworden. Het voelt bekend, maar het voelt ook juist vervreemdend.

De locatie was een verbouwde boerderij, te midden van uitgestrekte lakens van groen. Gerenoveerd, gemoderniseerd. Er werd nog aan gebouwd. Mijn moeder was nerveus, vooral ook omdat wij kwamen kijken. Ik ken haar, zoals ze dan is; ze neemt daar de leiding, maar als wij komen is ze toch ook ineens weer mama. Dat is lastig voor haar. In de pauze, toen iedereen opstond en ze mij zag lopen, vroeg ze of ik wel geld had voor een drankje, en greep ze al naar haar tas. ‘Mam,’ zei ik. ‘Ik ben zesendertig.’

In diezelfde pauze zaten mijn broers en ik buiten op een muurtje in de zon. Het muurtje was aan de bovenzijde belegd met robuuste tegels. Nog niet het hele muurtje had die tegels. Na een tijdje merkten we twee stapels op, met meer van die tegels. Pas toen zagen we dat het grafzerken waren. Het sterfjaar van allemaal zo rond 1985. Dus dertig jaar oud. Dus de huurperiode verlopen waar ooit, dertig jaar geleden, voor is betaald. De eigenaren van de boerderij kopen de tegels van een pastoor.

Zo zaten we. Op grafzerken. Mijn broers en ik en daarbinnen mijn moedertje en de acteurs. De woest stromende tijd verscholen achter een sluier van stilte, vrede, zonlicht. Ik zie je, tijd. Ik heb je door.


Beetje laat op de dag vandaag. Ik had een vroeg ritje voor Henk lift mee. De stukjes kun je ook als nieuwsbrief ontvangen. Ik schreef een roman: Bidden en vallen