image

Gisteren won Adam Johnson met zijn boek The Orphan Master’s Son de Pulitzer prijs voor fictie. In 2012 interviewde ik Johnson live op het podium van Border Kitchen in Den Haag en ook voor Vrij Nederland. Ik heb nu dus ineens een Pulitzer winnaar geïnterviewd. Het is een sympathieke, warme en goedlachse vent. Erg groot, ook. Handen waar je schedels mee kunt kraken. Tijdens het avondeten spraken we over honden en vechtsporten, dus dat was cool. Zijn boek is bizar en goed. Als je het hebt gelezen heb je zo’n goed beeld van Noord-Korea dat ieder artikel waarin het land wordt ‘geduid’ leest als oud nieuws. In die zin een terechte winnaar. En het is hem gegund, dus, omdat het zo’n toffe gast is. Maar ik had toch liever het eveneens genomineerde The Yellow Birds van Kevin Powers zien winnen. Een bijna poetische oorlogsroman geschreven door jonge een Irak-veteraan. Of misschien nóg wel liever Billy Lynn’s Long Halftime Walk van Ben Fountain. Ook een oorlogsroman, maar dan ludieker, venijniger en met een ritme dat je doet duizelen. Over een peloton Irak-soldaten die na een heldhaftige missie in Amerika tentoon worden gesteld aan het publiek in een football stadion, en daarna worden teruggestuurd naar Irak omdat hun dienst er nog niet opzit. Over de wanstaltige kanten van patriottisme. Maar het is hem dus gegund, Adam Johnson, maar dat zei ik net ook al, geloof ik. (En wat heb ik een olielaagje op m’n gezicht hè, op deze foto…)