De gedachte aan een nieuwe roman maakt me een beetje misselijk. Bidden en vallen is als een plas kots die eerst moet worden opgeruimd. Daarmee zeg ik niet dat ik het een slechte roman vind; ik heb er alleen te lang mee in mijn maag gezeten en ik heb hem nog maar te kort geleden uitgebraakt.

Dus schrijf ik nu deze dingetjes, hier. Tussendoor. Maar ook ben ik jeugdherinneringen aan het opschrijven. Niet dat ik nu zo’n spectaculaire jeugd heb gehad – gebroken gezin, halfbroers, punkbandje, beetje rock-‘n-roll, beetje drugs, beetje verdriet – maar dat hoeft ook niet, denk ik. De mooiste literatuur gaat over de dunste, fijnste vezels van het leven. De plot is misschien grootser, het verhaal misschien ook, maar niet de stukjes die ons raken, die ons verwarren. Literatuur prikt een vinger in het hart van wie wij zijn. We kunnen alles zijn, en in ieder leven zit een hart; je moet het alleen even blootleggen.

Nou ja, ook dat is misschien gelul. Weet ik veel. Het bevalt me. Althans nu even. Elke herinnering roept een volgende op. Ik zit soms te grijnzen tijdens het schrijven. Soms doet het pijn. En het is een goede oefening; de vingers moeten warm blijven.

Bovendien voeg ik me ermee in een trend: het waargebeurde verhaal, opgeschreven door een BN’er. Ik ben alleen nog geen BN’er. Mochten de producenten van Ik hou van Holland dit lezen: ik zal misschien een beetje ongemakkelijk die liedjes staan mee te zingen, maar ik hou wel van belegen kaas. Ook heb ik laatst nog een echt colbert gekocht. Niet dat een colbert typisch Hollands is, maar als ik hem draag zie ik er best goed uit. Zegt mama.

Dagelijks hier een stukje. Ik heb ook Twitter en Facebook