Gisteren moest ik, of mocht ik, Wij zeggen hier niet halfbroer (15 maart) pitchen bij een hele zwik boekhandelaren. Ze waren verzameld op de vijfde etage van Pakhuis de Zwijger in Amsterdam. Er was koffie en er was thee en er waren broodjes. En andere schrijvers, natuurlijk. Toen het mijn beurt was zat ik aan een tafel met een microfoon. Achter me werd het omslag van mijn boek geprojecteerd. Op een groot scherm zag je mijn gezicht, van toen ik een jongetje van negen of tien was. Er werden vragen gesteld en ik gaf antwoord. Daarna mocht ik een stukje voordragen.

‘Wat deed je dat goed, wat stond je er ontspannen bij.’ Blijkbaar kan ik dat goed, doen alsof ik ontspannen ben. Echter, in mij woedt een vuurzee. Mijn synapsen vuren zoveel angstzenuwen af dat mijn lichaam in fight-flightfreeze-modus gaat. Ik lijk kalm, maar ik ben klaar om me met ellebogen en vuisten een weg richting branduitgang te banen. Vrouwen en kinderen níét eerst. Eenmaal buiten zal ik mijn huid afstropen, dan mijn spieren, dan mijn organen, dan mijn botten, waarna ik als een wolk ijle lucht een koud meer in zal springen, alwaar ik als miljarden kleine luchtbelletjes door het water wens te worden opgenomen. Free at last!

De dag eindigde met speeddaten. Dat hield in dat de schrijvers een plekje moesten opzoeken en dat de boekhandelaren met hen konden praten. Er was een belletje. Als het belletje klonk moest er worden gerouleerd. Ik glimlachte braaf en keek naar het raam. Vijf hoog. Ik kon rennen en duiken. Een zweefduik. De heerlijke winterkou. Grandioos op de stenen te pletter slaan. Dan eindelijk diep kunnen ademhalen.

Later op de dag, terug in Eindhoven, keek ik naar de foto van mezelf aan die tafel. Met die projectie. Dat gezicht achter me, van de kleine ik. Wonderlijk, vond ik. Dat mijn jeugd en mijn herinneringen zich hadden gemanifesteerd als woorden, zinnen, papier, een boek. En dat die jongen die ik was nu een omslag sierde, en nu werd geprojecteerd, en dat ik aan een tafel zat te vertellen over dat boek, en dus over mij, of althans over de mij die ik uit die herinneringen heb weten te destilleren. Ik was met z’n drieën: de geprojecteerde Henk, de Henk aan die tafel en de Henk die naar de foto keek. En dan was er nog een vierde, die zichzelf aanschouwde van een afstand en zichzelf zag kijken naar die foto. 

Enfin, wat ik hiermee wil zeggen: ik ben te boeken voor voordrachten en interviews. Neem vooral contact op met mijn uitgever. 


Voor boekingen neem je contact op met Greta Le Blansch (g.leblansch@singeluitgeverijen.nl). Wil je deze stukjes automatisch per mail ontvangen? Klik hier