Ik stond middagboterhammen te smeren toen Cait-Lynn ineens huilend in mijn keukentje stond. ‘Ik wil naar huis,’ zei ze. Mijn jongste zoontje, die haar had uitgenodigd, stond in de huiskamer met zijn grotere broer te gamen. ‘Tobi!’ zei ik. ‘Cait-Lynn huilt hè.’ Hij keek naar haar. En zoals hij naar haar keek, zo voelde ik me ook; een beetje schouderophalend, een beetje ongemakkelijk en geïrriteerd. Maar zo kon ík natuurlijk niet naar haar kijken.

Het telefoonnummer van haar moeder stond niet op de klassenlijst. ‘Je moeder staat niet op de lijst,’ zei ik tegen Cait-Lynn. ‘Als enige.’ Alsof Cait-Lynn nu zou zeggen: ‘O, dan is het goed joh, dan blijf ik lekker hier. Zeg, waarom hebt u eigenlijk zoveel boeken?’

Ze ging harder huilen, armpjes slap naast haar lijf. ‘Godver,’ zei ik, en toen tegen Tobi: ‘Cait-Lynn is heel verdrietig! Blijf jij dan gewoon daar zo staan?’ Hij staarde naar me, staarde naar Cait-Lynn, en liet zijn blik toen weer langzaam naar de tv glijden.

‘Goed, dan breng ik je wel naar huis,’ zei ik.

Zwijgend in de auto. Cait-Lynn naast me snikkend en ineengedoken als na een date rape. Ze rende naar haar voordeur. Ik belde aan, en belde nog een keer aan. Cait-Lynn begon weer te te huilen. ‘Je moeder is er niet!’ zei ik. ‘Wat kan ik nog doen, Cait-Lynn? Wat kan ik nu nog dóén?’

Haar moeder verscheen ineens in de deuropening van de buren. Cait-Lynn sprong in haar armen en huilde nu nóg harder, alsof er in mijn huis iets heel ergs was gebeurd. En ergens vermoedde die moeder dat ook, dat weet ik zeker, dat zag ik aan hoe ze keek.

‘Jij bent ook een mooie,’ snauwde ik tegen Tobi, toen ik thuiskwam. Waarop hij zei: ‘Dank je, pap.’

Ik ga proberen dagelijks een stukje te plaatsen. Ze zijn gratis. Mocht je me toch willen steunen koop dan vooral mijn nieuwe roman, Bidden en vallen. Dit stukje delen op social media? Dit is de link