‘Bij jou is weer het probleem dat je niet chillt,’ zei gisteren mijn skateboardleraar (26, lang haar, muts). We oefenden de 50-50 grind, wat wil zeggen dat je, na een aanloopje, over een metalen buis glijdt op de trucks (wielophanging) van je board. Ik spande mijn benen te veel aan, wilde te graag. Dat is altijd mijn probleem, dan gaat het te stroef en lukt het niet. Altijd als ik aan kom rijden en die jongen staat klaar om me te helpen dan roept hij: ‘Chillings, Henkie! Chillings!’

Gistermiddag was ook het kerstdiner op school. Ik moest lesgeven en was te laat in Eindhoven om erbij te kunnen zijn. Toen ik ’s avonds aan het skateboarden was kreeg ik appjes van mijn ex. Hoe goed het was gelukt met de gehaktballen en de cupcakes, en hoe ongelofelijk onze zoons hadden genoten, hoe trots ze waren. Toen ik de appjes las werd ik meteen weer overvallen door melancholie en onrust. Dat er iets niet klopte. Dat ik erbij had moeten zijn. Enfin, het bekende reflex.

Maar toen dacht ik: Nee. Het is goed zo. Het is prima zo. Gewoon, zoals het is. Ik ben nu hier. Ik doe nu dit. Chillings. De 50-50 ging beter. Ik kreeg een high five.

Daarna naar de film met een vriend. Carol, de nieuwe van Todd Haynes. Na een kwartier liepen we de zaal uit. Te filmhuizerig, te aangezet, te obvious. Bovendien hadden we dingen te bespreken. We liepen door het donker van de zaal. Het eerste stuk liep ik nog voorovergebogen en gehaast, maar halverwege ging ik ontspannen en rechtop lopen. Chillings.

Na ons vijfde of zesde speciaalbiertje wilde ik er nog één. Mijn vriend ging naar huis. Ik fietste koortsig naar een ander café, om daar verder te drinken, maar dacht toen: Nee, chillings, dat is helemaal niet nodig.

Het leven is een 50-50. Fijn weekend.

Ik schreef een roman: Bidden en vallen. Ik heb Facebook en Twitter