Vandaag in de sportschool kreeg ik een compliment over mijn wekelijkse column in het Eindhovens Dagblad. Van een mooie vrouw van middelbare leeftijd. Toevallig de vorige keer ook al. Ook toen in de sportschool en ook toen van een mooie vrouw van middelbare leeftijd. Nadat ik vandaag dat compliment had gekregen keek ik naar mijn eigen vrouw, ook in de sportschool, niet van middelbare leeftijd, maar wel vier jaar ouder dan ik. Zij was ook mooi. Geconcentreerd op haar apparaat, puffend, gezicht rood aangelopen. Godver wat was ze mooi. Wat ís de mooi. Maar we worden oud, zij en ik. Hoe dan ook. Zij eerst, dacht ik. En daarna stond ik in de kleedkamer voor de spiegel lange haren uit de rand van mijn oorschelpen te trekken, en een paar uit m’n neus, en ook nog één of twee hele lange uit m’n wenkbrauwen. Dat worden nu echt borstels, als ik er niks aan doe.