Over twee dagen is mijn jongste zoontje jarig. Hij wordt drie. Mijn vrouw en ik hebben besloten om zowel hem als zijn oudere broertje een eigen tablet te geven. Geen oorlog meer om onze iPad, dat is het idee. Een echte iPad is te duur, dus urenlang speur ik op het internet naar goedkope tablets van acceptabele kwaliteit. Ja, ik hoor u lachen. 

Chagrijnig word ik ervan. Het web afspeuren naar elektronica is al erg genoeg, maar ik heb ook nog eens te lijden van een fikse voorhoofdsholte-ontsteking. Met de pijn omgaan is een fulltime bezigheid. Ik kan niks hebben, wil geen vogel horen fluiten, geen deur horen dichtvallen. 

Mijn keuze valt op de Qware Tablet Pro. Te koop voor 39,99 in de online winkel van BCC. De volgende dag worden de apparaten bezorgd. Met mijn getormenteerde kop hang ik boven de beeldschermen om ze te testen. Het is rotzooi. Ze zijn trager dan kak en de apps sluiten zichzelf meteen weer af nadat ik ze heb geopend. Ik vloek zo hard dat mijn vrouw de ramen sluit. 

Samen met de bijna-jarige Job rijd ik naar het dichtstbijzijnde BCC-filiaal. Vroeger zat er eentje in het centrum, maar tegenwoordig moet je er helemaal voor naar een industrieterrein buiten de ring. Ik verdwaal na een wegversperring en de zon werpt speren van licht in mijn ogen. Het universum spant zich tegen me samen.

Een kalende verkoper met een lijf als een rotte peer pakt de verpakkingen aan en maakt ze open. ‘Deze kan ik niet terugnemen,’ zegt hij, zonder me aan te kijken. ‘Er zitten krassen op.’

Mijn hart en mijn hoofd bonken synchroon. ‘Ik heb ze zo gekregen,’ zeg ik. ‘Precies zo.’

De peer draait zich van me weg en komt terug met het aankoopbedrag van één Qware Kak. Ik staar hem aan, maar hij negeert me. ‘Goeie service,’ zeg ik dan. ‘Geen wonder dat jullie geen pand in het centrum niet meer kunnen betalen. En geen wonder,’ nu slaat mijn stem over, ‘dat jij over een maandje waarschijnlijk taxichauffeur bent.’

‘Wat is er papa?’ vraagt m’n zoontje. Ik zie angst in zijn ogen.

‘Niks,’ zeg ik, en hoor mezelf snauwen, en wanneer ik vloekend de zaak wil uitstormen, gaat hij staan jengelen bij een elektrisch hobbelpaardje, net naast de uitgang. Ik sleur hem mee en word aangestaard door zowel winkelpersoneel als klanten.

Thuis plaats ik een klaagbericht op Twitter en nog geen uur later heb er eentje terug: ‘Wat vervelend dat we de tablet niet wouden terugnemen.’ Ik staar naar het woordje ‘wouden’. Even later volgt een tweede bericht: ‘Wij hebben navraag gedaan. Wij konden de tablet niet terugnemen vanwege krassen.’ 

Mijn schedel splijt in tweeën. Voorzichtig haal ik het niet-teruggenomen apparaat uit de verpakking en sla dan met een hamer een paar mooie sterren in het glas. Ik maak er een foto van en plaats die op Twitter, geadresseerd aan BCC: ‘Laat maar zitten met je klote-service.’ Mijn zoontje komt de trap af. Hij ziet de tablet, de sterren in het glas, de hamer, en begint te huilen. Ik wil hem troosten, maar hij duwt me weg en rent naar boven. ‘Ik wil niet jarig zijn!’ roept hij. Mijn hoofd pulseert en stuwt. Op ons prikbord hangt een briefje: ‘Slingers.’ Ik kijk om me heen. Ik zoek iets, maar ik weet niet wat.