06-12-11
'We hebben gisteren bij de Kreeftenbar gegeten. Dat was zó leuk.' Dit zegt de mevrouw achter me tegen de vriendin naast haar. Ze staan allebei op een crosstrainer. Ik zit op een fiets. Geen van ons drieën komt een meter vooruit. Ik spits mijn oren. De mevrouw vertelt verder.
'Onze Teun mocht er eentje kiezen uit het aquarium. Een levende. Die, mamma! O, dat was echt zó leuk. En lékker dat hij 'm vond. En ze hebben er dus héérlijke rosé. Léuk dat het was!'
De vriendin naast haar knikte instemmend. Zij heeft bij McDonalds hamburgers gegeten. Die waren ook wel lekker. Geen van beiden lijkt erg te zweten.
Je kind eend levende kreeft laten uitkiezen en hem die dood serveren, daar lekker een rosé'tje bij drinken en er de volgende dag gezellig over vertellen op de crosstrainer. Noem mij maar een radicale, of zelfs militante vegetariër - dat kan ik begrijpen - maar ik denk echt - écht - dat wanneer kinderen over twintig jaar worden onderwezen over de alles verwoestende, nietsontziende en egoïstische decadentie van de generaties voor hen, dat ze dan ter illustratie in de lesboeken een verhaaltje zullen lezen over een vrouw die haar kinderen levende kreeften laat uitkiezen en opeten en er rosé bij drinkt en erover vertelt op een apparaat waar je wel op loopt, maar dat je nergens naartoe brengt. ('Wat is een kreeft?' zullen de kinderen vragen.)
Recentelijk was ik te gast bij De kamer van Brabant (Omroep Brabant). Een andere gast was Ronnie, een pluimveehouder, de eerste in Brabant die geen antibiotica meer gebruikt. Hart voor zijn kippen dus, ook al worden die al een paar weken na geboorte afgemaakt. Dat is wat er mis is: de consument legt het, ethisch gezien, zelfs nog af tegen de vleeskipfokker.