Columns

Vrouw in trein

19-10-11

Late middag. De zon laag en oranje onderaan een berg donkerblauwe wolken. Het is druk in de trein. Piepend rollen we een station binnen. Weinig mensen stappen uit, veel mensen stappen in. Ik heb een boek opengeslagen op schoot liggen, maar lees niet. M'n tas ligt op de plaats naast me. In mijn ooghoek zie ik twee oudere dames door het gangpad mijn kant op lopen. Ik zie ze om zich heen kijken, op zoek naar een plek waar ze met z'n tweeën naast elkaar kunnen zitten. Maar zo'n plek is er niet.

    'Hier,' zegt de wat potigere dame, en wijst naar de plaats naast mij. 'Ga jij hier zitten. Zit ik achter je. Lukt dat?'
    De andere dame knikt aarzelend. Ik pak mijn tas van de zitting. Ze staart naar de tatoeage in mijn nek. Ik glimlach naar haar, zo beleefd en oprecht als ik kan. Uiteindelijk glimlacht ze terug en komt ze naast me zitten.
    De zon bijna onder. De lucht een donkere zee met oranje golfkoppen. 'Wil jij hier eens naar kijken?' Ineens geeft de vrouw me haar mobieltje. Het ding is vastgelopen. Ik haal de accu eruit en stop die weer terug. Hier,' zeg ik. 'Zo issie weer goed.'
    Later. Mijn hoofd rust tegen het raam en mijn mond hangt open. Ineens voel ik vingertoppen op mijn bovenbeen. Ik schrik wakker en zie dat mijn buurvrouw aan mijn broek frunnikt terwijl ze iets mompelt en lacht.
    Slaapdronken zeg ik: 'Pardon?'
    'O, sorry!' roept ze met schaamte en paniek in haar ogen.
    'Het is oké,' zeg ik. 'U sliep.'
    Maar haar schaamte gaat niet weg. Of misschien is het angst. Misschien weet ze de laatste tijd wel vaker niet meer wat ze doet. Ouderdom jagend op haar geest. Dit het zoveelste teken aan de wand.

Twitter