06-12-11 | Permanente link
'We hebben gisteren bij de Kreeftenbar gegeten. Dat was zó leuk.' Dit zegt de mevrouw achter me tegen de vriendin naast haar. Ze staan allebei op een crosstrainer. Ik zit op een fiets. Geen van ons drieën komt een meter vooruit. Ik spits mijn oren. De mevrouw vertelt verder.
'Onze Teun mocht er eentje kiezen uit het aquarium. Een levende. Die, mamma! O, dat was echt zó leuk. En lékker dat hij 'm vond. En ze hebben er dus héérlijke rosé. Léuk dat het was!'
De vriendin naast haar knikte instemmend. Zij heeft bij McDonalds hamburgers gegeten. Die waren ook wel lekker. Geen van beiden lijkt erg te zweten.
Je kind eend levende kreeft laten uitkiezen en hem die dood serveren, daar lekker een rosé'tje bij drinken en er de volgende dag gezellig over vertellen op de crosstrainer. Noem mij maar een radicale, of zelfs militante vegetariër - dat kan ik begrijpen - maar ik denk echt - écht - dat wanneer kinderen over twintig jaar worden onderwezen over de alles verwoestende, nietsontziende en egoïstische decadentie van de generaties voor hen, dat ze dan ter illustratie in de lesboeken een verhaaltje zullen lezen over een vrouw die haar kinderen levende kreeften laat uitkiezen en opeten en er rosé bij drinkt en erover vertelt op een apparaat waar je wel op loopt, maar dat je nergens naartoe brengt. ('Wat is een kreeft?' zullen de kinderen vragen.)
Recentelijk was ik te gast bij De kamer van Brabant (Omroep Brabant). Een andere gast was Ronnie, een pluimveehouder, de eerste in Brabant die geen antibiotica meer gebruikt. Hart voor zijn kippen dus, ook al worden die al een paar weken na geboorte afgemaakt. Dat is wat er mis is: de consument legt het, ethisch gezien, zelfs nog af tegen de vleeskipfokker.
19-10-11 | Permanente link
Late middag. De zon laag en oranje onderaan een berg donkerblauwe wolken. Het is druk in de trein. Piepend rollen we een station binnen. Weinig mensen stappen uit, veel mensen stappen in. Ik heb een boek opengeslagen op schoot liggen, maar lees niet. M'n tas ligt op de plaats naast me. In mijn ooghoek zie ik twee oudere dames door het gangpad mijn kant op lopen. Ik zie ze om zich heen kijken, op zoek naar een plek waar ze met z'n tweeën naast elkaar kunnen zitten. Maar zo'n plek is er niet.
'Hier,' zegt de wat potigere dame, en wijst naar de plaats naast mij. 'Ga jij hier zitten. Zit ik achter je. Lukt dat?'
De andere dame knikt aarzelend. Ik pak mijn tas van de zitting. Ze
staart naar de tatoeage in mijn nek. Ik glimlach naar haar, zo beleefd
en oprecht als ik kan. Uiteindelijk glimlacht ze terug en komt ze naast
me zitten.
De zon bijna onder. De lucht een donkere zee met oranje golfkoppen.
'Wil jij hier eens naar kijken?' Ineens geeft de vrouw me haar
mobieltje. Het ding is vastgelopen. Ik haal de accu eruit en stop die
weer terug. Hier,' zeg ik. 'Zo issie weer goed.'
Later. Mijn hoofd rust tegen het raam en mijn mond hangt open.
Ineens voel ik vingertoppen op mijn bovenbeen. Ik schrik wakker en zie
dat mijn buurvrouw aan mijn broek frunnikt terwijl ze iets mompelt en
lacht.
Slaapdronken zeg ik: 'Pardon?'
'O, sorry!' roept ze met schaamte en paniek in haar ogen.
'Het is oké,' zeg ik. 'U sliep.'
Maar haar schaamte gaat niet weg. Of misschien is het angst.
Misschien weet ze de laatste tijd wel vaker niet meer wat ze doet.
Ouderdom jagend op haar geest. Dit het zoveelste teken aan de wand.
13-10-11 | Permanente link
Mijn oudere broer Krijn kwam ooit thuis met nieuwe sportschoenen. Dat was bij ons thuis sowieso iedere keer een grootse gebeurtenis, wanneer één van ons vier jongens nieuwe schoenen had gekregen, maar ditmaal kon je zelfs het meubilair de adem horen inhouden. Trots wees Krijn naar het plastic gaas achterop zijn hielen. ‘Ik heb air,’ zei hij met geveinsde nonchalance.
Ik had er al wel van gehoord, van air, maar de term had tot dan toe een louter mythische connotatie gehad. Aura, karma, reïncarnatie, het zesde zintuig... air.
Het daaropvolgende weekend, bij mijn vader in Rotterdam, zeurde ik om sportschoenen met gaas achterop de hiel. ‘Dan hoef ik een jaar geen nieuwe schoenen meer echt-niet-echt-niet-echt-niet!’ En ik kreeg ze ook. Het waren niet bepaald sportschoenen van een a-merk. Als er zoiets bestaat als imitatie-kunststof dan is dat waar ze van waren gemaakt. Maar soit, ik had air. Met iedere stap die ik zette, schoot er een elektrische scheut euforie door m'n lijf.
Toen ik na dat weekend terugkwam in Eindhoven, rende ik met een buik vol blijdschap direct naar mijn broer toe. Piepend en slippend kwam ik met mijn rechter gaas-hiel onder zijn neus tot stilstand. ‘Kijk, Krijn!’ riep ik. ‘Ik heb ook air!’
Kalmpjes liet Krijn zijn Sjors & Sjimmie stripboekje zakken en contempleerde gefascineerd mijn voeten. ‘Dit,’ zei hij grijnzend, en wees opnieuw naar zijn eigen schoenen. ‘Is air.’
Pas op dat moment kreeg ik in de gaten ik dat hij niet naar het gaas achterop zijn hielen, maar naar de raampjes in zijn zolen had gewezen.
‘En dat,’ sprak hij met koel plezier fonkelend in zijn ogen. ‘Is géén air.’
05-10-11 | Permanente link
Laatst las ik in een wetenschapsbijlage dat die melkdrankjes met bacteriën erin mensen relaxter maken. Of in ieder geval muizen relaxter maken. Een effect op de stoelgang of darmflora hebben de wetenschappers nooit kunnen bewijzen. Maar nu dus dit.
Mensen zijn geen muizen. Desalniettemin stopte ik na het lezen van datartikel meteen twee verpakkingen van zeven flesjes Yakult in mijn winkelmandje. En als je had gezien hoe ik thuis met ongeduldige vingertjes het eerste flesje uit de verpakking stond los te peuteren, had je gedacht: welnu, dit muisje heeft dorst!
Ik vind het heerlijk, Yakult. Altijd al gevonden. Het liefst zou ik zeven flesjes in een limonadeglas gieten en dat dan in een paar teugen leegdrinken. Toch kocht ik het spul vooralsnog nooit. Dikke pink dat ik me zou laten oplichten. Maar na datartikel is de aanschaf eindelijk gerechtvaardigd. Slechts één flesje per dag, dat dan weer wel. Maar maakt niet uit: het persistente verlangen naar meer houdt de muis alert.
En werkt het? Waarschijnlijk niet. Wel voel ik me na ieder flesje even heel kalm en fijn. Ieder zijn placebo zullen we maar zeggen.
Toen ik de flesjes afrekende stond er een mooie dame achter me. Ik keek naar haar en keek naar mijn flesjes en keek toen weer naar haar. Ik schaamde me. Ze mocht niet denken dat ik viel voor stomme marketingtrucs. Ik stond op het punt haar te vertellen over het artikel, maar werd juist om mijn Bonuskaart verzocht.
En daarbij had zij op haar beurt een pakje OB Super tampons op de band liggen. Mijn gêne was moeiteloos tegen de hare weg te strepen. Toch stopte ik de flesjes diep onderin mijn tas. Als een muisje dat niet wil dat iemand ziet waar hij zijn stukje kaas verstopt.