Mijn jongste had zijn laatste zwemles voor de zomerstop. De ouders mochten mee het water in, maar dat was ik vergeten. Ik had dus mijn zwembroek niet bij me. Op zich had het me nog wel leuk geleken, een beetje met die kleine in het water en hem zijn oefeningen zien doen. Maar ja.

Hij was boos: ‘Je kunt toch in je onderbroek! Dat heb ik ook zo vaak gedaan!’

Ik zei: ‘Nee, dat doe ik niet. Mijn onderbroek is te strak, dan zie je alles. En nat schijnt hij door, dus dan zie je al helemaal alles.’ Dat laatste was een leugen, mijn boxershorts schijnen niet door. Ook niet wanneer nat. 

Ik zat op het bankje aan de zijkant van het bad en keek toe. De andere ouders begaven zich het water in. Sommigen een beetje gegeneerd, anderen volkomen op hun gemak.

Vervolgens kwam er een vrouw met een korte broek en een blauwe polo binnen. Die zette keihard muziek aan. Kindermuziek met een beat. Ze begon aan een reeks danspasjes die de kinderen en ouders in het water moesten nadoen. Lekker mal en ludiek. Het aantal mensen dat zich volkomen op hun gemak voelde nam zienderogen af. 

Ik zat daar aan de zijkant vriendelijk te glimlachen. Ja, ik was opgelucht dat ik mijn zwembroek niet bij me had, en dat ik daar nu niet stond, maar ik voelde alsnog gêne. Gêne voor die andere ouders, en misschien ook wel voor mezelf, want het was allemaal zo dichtbij – zo sterk is mijn neiging tot schaamte – dat het voelde alsof ikzelf ook in het water stond.

Mijn jongste deed enthousiast mee. Nul zelfbewustzijn, nul gêne. Ze hebben het wel eens over de onschuld van een kind, maar op het gebrek aan zelfbewustzijn ben ik veel jaloerser. In feite had ik daar heel graag staan dansen, zelfs in een strakke onderbroek. Niet omdat die activiteit an sich me nou zo leuk lijkt, maar omdat ik het juk van die schaamte zo graag eens níét zou voelen.

Op Instagram raakte ik aan de praat met een hele mooie vrouw die een filmpje van zichzelf had geplaatst waarin ze danste, gewoon, omdat ze zo vrolijk was. Het zag er heerlijk uit. Vrij en puur. Ik zei haar dat ik dat nooit zou kunnen. Mijn zelfbewustzijn is als een dwangbuis. Hooguit ga ik een beetje staan schaduwboksen. 

Al een tijdje rijpt er in mij een vermoeden, namelijk dat decorumverlies het beste is wat je kan overkomen.


Abonneer je in godsnaam op deze stukjes. Doe dat hier. En koop in godsnaam mijn boek: Wij zeggen hier niet halfbroer.