Er waren de twee jaar sinds mijn scheiding best wel een paar vrouwen in mijn leven. Sommigen zag ik één keer, anderen vaker, anderen nog steeds. Met sommigen was het leuk, met sommigen gezellig, met sommigen lekker. Met sommigen ongemakkelijk, met sommigen moeizaam. Met sommigen treurig, met sommigen pijnlijk. Van sommige vrouwen dacht ik: waarom word ik op haar niet verliefd? Van sommigen: ik zal nooit verliefd op haar worden. Soms was die tweede gedachte fijner dan de eerste; makkelijker, minder om over na te denken. Sommigen gaan nog steeds door mijn gedachten. Met sommigen stelde ik me heel even een toekomst voor. Sommigen werden vrienden. Soms vulden ze een leegte, soms creëerden ze die. Soms vervulden ze begeerte, soms wakkerden ze die juist nog harder aan. De oudste vrouw en de jongste scheelden bijna dertig jaar. Ik vond ze allemaal prachtig en bijzonder. Dat ik een vrouw beschouwde als slechts één van velen kwam minder vaak voor dan dat ik me als slechts één van velen voelde.

Als ik terugkijk moet ik lachen. Ik lach uit verbazing, maar ook uit genegenheid, en uit verwondering. Ik lach met affectie. Voor hen, voor mij. Maar als ik dit stukje teruglees lijkt het de streep te zijn onder een fase. Een punt van verzadiging, of wellicht uitputting. Maar de wens altijd kan altijd de vader van de gedachte zijn. Daarbij moet ik juist misschien eens stoppen met het willen trekken van strepen, kaders, etc.

Er was één vrouw die ik vaker had willen zien. Langer. En juist zij was, uiteraard, degene die mij afwees. ‘Ik vind jou ook echt leuk,’ zei ze, nadat ik hetzelfde tegen haar had gezegd. Ik neem het haar niet kwalijk; als iemand dat tegen je zegt is het moeilijk om niet terug te zeggen. De volgende dag zei ze blij: ‘Ik had nog nooit een one night stand gehad.’ Daar had ik wellicht conclusies uit kunnen trekken. Nog altijd denk ik dat we het samen leuk zouden kunnen hebben, maar misschien denk ik dat alleen maar omdat ze heeft afgewezen en ik dus nooit de kans heb gekregen om er zelf weer klaar mee te zijn. Zo gaan die dingen. Zo gaan al die dingen.

De dingen, de dingen. De prachtige, tragische, heerlijke, onbevattelijke dingen.

Laatste stukje van de week. De stukjes verstuur ik ook per mail. Morgen in Volkskrant Magazine lift ik mee met Leon Verdonschot. Mijn roman heet Bidden en vallen