De oude valkenier staat te zweten en vertellen in de felle zon. Een dag van dertig graden. Verspreid over verweerde, houten bankjes, zit het publiek. Mijn twee zoontjes zitten (respectievelijk) links en rechts van me. We zitten aan een picknicktafel. Mijn oudste fronst en pulkt aan zijn nagels, mijn jongste bonkt met zijn hoofd tegen de tafel. Ze verstaan niet goed wat de valkenier vertelt, kunnen de concentratie niet opbrengen. Alleen als er een nieuwe roofvogel wordt gepresenteerd is hun aandacht even toegespitst. Een meisje, de assistent van de valkenier, lokt iedere vogel met een stukje dood kuiken achter zich aan en zorgt er zo voor dat iedereen het dier van dichtbij te zien krijgt.

De valkenier heeft een gebruinde, lederen huid. Op één van zijn langwerpige oren prijkt een grote, uitstulpende, asymmetrische moedervlek. Een groeisel. Het ziet eruit als kanker. Hij vertelt over de vogels, hun jachtgedrag, hun topsnelheid, hun anatomie. Hij doet dit al twintig jaar. De dierenbescherming heeft er niets van begrepen, zegt hij. Wat hij doet zou dierenmishandeling zijn. Nachtvogels moeten overdag vliegen en dat zou zielig zijn. De vogels zitten negentig procent van de tijd in een kooi terwijl ze vrij zouden moeten kunnen vliegen. Allemaal onzin. Nachtvogels zien overdag bijna net zo goed als ’s nachts. En roofvogels wíllen helemaal niet vliegen. Ook in de natuur niet. Ze vliegen alleen als het moet, wanneer ze eten moeten hebben. Liever zitten ze stil en sparen ze hun energie. Daar lijkt hij gelijk in te hebben; de helft van de getoonde vogels laat zich niet lokken met dode kuikentjes. Geen honger, dus niet vliegen.

Mensen weten niks. Ze zijn hypocriet. Ze hoeven niet te jagen, ze flikkeren hun verpakte vlees zo in hun winkelwagentje maar klagen wel over dierenleed. Niet te vertrouwen. Als ze naar buiten gaan, dan is het om Pokémon te vangen. Ze dénken dat ze zo speciaal zijn, maar ze zijn lui en dom en bemoeien zich met zaken waar ze geen verstand van hebben, zoals het welzijn van de roofvogels van de valkenier.

Hij raakt verhit. Door de zon, door zijn eigen tirade. Gedurende de twintig jaar dat hij dit werk doet werd zijn liefde voor de vogels almaar groter en zijn liefde voor de mens almaar kleiner.

Hoe groter het cynisme en de verbittering, hoe groter de dierenliefde. Vogels en honden en katten, die zijn tenminste zichzelf, die verraden je niet. Ik durf dan ook te wedden dat het percentage van mensen die een tatoeage van hun hond hebben groter is onder PVV-stemmers dan onder de rest van de bevolking.

Als de valkenier klaar is drinkt hij uitgeput van een Spa rood en gaat hij met een man in gesprek over de deplorabele staat van ons land. 

En, o ja, dat u het weet: uilen zijn de domste van alle roofvogels. Ze zijn echt behoorlijk dom. O, wat zijn uilen dom!


Leuk stukje? Deel hem dan met de knoppen hieronder. Abonneren op de stukjes kan ook: klik HIER. Mijn roman heet Bidden en vallen.