In de trein voltooide ik de tweede versie van Wij zeggen hier niet halfbroer. Ik had het af en voelde mijn hart op de tocht staan. Zal je zien dat ik nu doodga, dacht ik. Nee, ik wíst het. Het zou ook al die willekeurige pijntjes van de afgelopen jaren verklaren. Het boek verschijnt postuum en wordt een enorm succes. Zo logisch allemaal. Verhaaltechnisch ook nogal vanzelfsprekend. En als ik in de spiegel kijk, zie ik dan geen man die jong en op tragische wijze behoort te sterven? Eigenlijk kón het niet anders.

Naast me zat een oude man met op zijn rechterknie een opengevouwen Sudoku-boekje. In zijn rechterhand had hij een pen. Zijn hoofd ondersteunde hij met zijn linkerhand. Zijn ogen waren dicht, de pen dreigde uit zijn vingers te glijden. Zijn puzzel had hij nog maar voor de helft gedaan.

Zal je zien dat híj sterft. Halverwege een puzzel. Postuum is daar misschien weinig eer aan te behalen, maar verhaaltechnisch is er best nog wel wat van te maken. Juist dat sullige sterven in de trein met een opengeslagen Sudoku-boekje op je knie kan mooi zijn. Het onopgemerkt overgaan van slapen in sterven; het heeft een sereen soort eenzaamheid in zich. Je zou er nog een droogkomisch element aan toe kunnen voegen door de railcatering langs te laten komen. Dat ze hem vragen of hij misschien koffie lust en dat hij dan een scheet laat – zijn laatste – en zijwaarts uit zijn stoel valt. (En dat de railcateringjongen van schrik zijn koffie laat lopen? Dat het als pis op de vloer klatert?)

Maar de oude man ging niet dood en ook ik ging niet dood. Ik liet dat gegeven even inzinken en probeerde er toen alsnog een draai aan te geven. Een punt van benadering. Een insteek. Het sentiment, de emotie, het drama. Welke kant hiermee op te gaan?

Toen werd dát het verhaal. Dat ik dat zat te doen. Goed, we hebben dus een schrijver naast een oude man, en die schrijver zoekt een verhaal maar komt er niet uit. Ze sterven niet. Goed. Oké. Maar wat dán?

Er moet een verhaal zijn. Zonder verhaal is er alleen maar paniek.


Afgelopen zaterdag liftte ik voor Volkskrant Magazine mee met cabaretier Henry van Loon. Dat kun je lezen o.a. hier op Blendle. Abonneren op mijn stukjes kan hier.