Met een zucht: ‘Ik kan niet slapen.’ 

Ik zat op de vloer van mijn slaapkamer de was op te vouwen. Mijn oudste zoon Diek (8) lag om het hoekje van de deuropening, op de overloop, waar ook mijn jongste slaapt. (Ik heb maar één slaapkamer.)

‘Maar je bent ook ook pas vijf minuten geleden naar bed gegaan,’ zei ik. Hij zuchtte opnieuw. ‘Goed dan, nog heel even kletsen.’ Ik vond het zelf veel te gezellig zo, met een nachtlampje aan, de wind zuigend aan donkere ramen, de geur van de schone was, het huis gekalmeerd na een dag hectiek.

What we talk about when we talk about love. Diek is het er nog altijd niet mee eens dat ik op een dag misschien ooit weer verliefd word. ‘Die vrouw ga ik echt slaan hoor,’ zegt hij soms. Nu vroeg ik hem: ‘En jij dan? Ben jij niet meer verliefd op die Lotta?’

‘Allang niet meer.’ Het was überhaupt niet de bedoeling dat Lotta het ooit te weten zou komen; hij werd verraden door een vriend. ‘Ik vind nu Donya leuk.’  

‘Donya?’

‘Ja, Donya. Die donkere. Die met die lange krullen. Ik zag haar optreden tijdens open podium en toen zat ik er echt zo bij.’ Hij deed het voor: gezicht tussen handen, overdreven knipperend met zijn ogen.

Natuurlijk bleef mijn aandacht steken bij de term ‘die donkere’. Moest ik mijn zoon verbeteren? En hoe had hij het dán moeten zeggen? Zelf weet ik het soms ook niet meer. Of was dit gewoon oké? 

Ik vond het eigenlijk juist heel liefdevol en puur, zoals hij het zei. Hij voerde slechts het kenmerk aan dat mij het snelst zou doen weten over wie hij het had. Zodra hij straks moet nadenken over de politieke correctheid van zijn taal – en dat zal niet lang meer duren – zal zijn liefde voor Donya er alleen maar ingewikkelder op worden.  

Ik probeer hier dagelijks een stukje te plaatsen. Gratis. Mocht je me toch willen steunen koop dan mijn nieuwe roman, Bidden en vallen, of deel dit stukje op social media. (Klik HIER voor de volledige link.) Of als je een krant bent: geef me pagina twee. Of de achterpagina of zo.