Vanochtend was de eerste ochtend van het seizoen waarop het nog donker was toen om 07:00 de wekker ging. Niet pikdonker, maar donker genoeg om me dat wintergevoel te geven. Het overviel me. Alsof iemand had besloten: Nu. Vandaag. Het voelde ineens zo resoluut en definitief. Toen ik overeind kwam wilde ik zeggen: ‘Ho, wacht even.’

Normaal komt als de wekker gaat meteen mijn jongste mijn kamer binnen. Vaak ligt hij dan al wakker. Nu kwam er niemand binnen, ook niet na twee minuten. Ik stapte mijn kamer uit en zag ze liggen, links en rechts van me, op de overloop, waar ze slapen (ik heb maar één slaapkamer), weggestopt onder hun dekens. ‘Goeiemorgen,’ zei ik, maar kreeg geen antwoord.

Ik ging douchen. Nog steeds in dat herfstige halfduister. Er kleefden dromen aan me. Een nachtmerrie over een spin die mijn jongste zoon had gebeten. Een droom waarin ik bij de jongste van mijn drie oudere halfbroers in zijn kamer zat terwijl hij met een computer housemuziek zat te componeren. Het was zoals toen ik klein was: hij geconcentreerd en kribbig bezig met een computer, en ik ernaast, stil en klein en voorzichtig, nieuwsgierig en betrokken, maar waakzaam; hem niet willen storen.   

Mijn oudste riep naar beneden: ‘Ik wil na jou douchen!’

Ik smeerde boterhammen in het keukentje. Mijn oudste stond te douchen. Mijn jongste was nog steeds niet beneden. Ik haalde me voor de geest hoe ik hem had zien liggen, even daarvoor. Had hij niet heel erg stil gelegen? In een rare houding? Stijf en misschien wel koud? Het is raar om boterhammen te smeren als je ergens, diep in je binnenste waar de dingen geen naam krijgen, vreest dat je zoon dood is. Toch blijf je natuurlijk smeren. Want juist het smeren is het bewijs: er is niets aan de hand.

Na het smeren ging ik toch maar naar boven. Ik raakte hem aan. Hij schrok wakker en keek naar me. ‘Je sliep nog,’ zei ik, alsof dat niet al duidelijk was. 

Aan tafel ontbeten we in stilte, nog half in een andere wereld. De eerste donkere ochtend als koude aarde in onze monden.


Verstuur ik deze stukjes ook per mail, vraag je? Zeker! Klik hier. Mijn roman heet Bidden en vallen. Verder stond ik twee weken niet in Volkskrant Magazine. Vanaf volgende week weer wel.