Op mijn tafel ligt een envelop van de notaris. Een envelop die, in zekere zin, al twee jaar lang naar me onderweg is geweest.

Het raam staat open. Ik hoor de onderburen hun tuin vegen. Grijze wolkenfronten vreten aan een laatste kavel blauw. In de keuken staat een aluminium koffiepotje; ik wil koffie maken maar ik weet dat het potje nog vies is en dus laat ik het zo. Sowieso vind ik koffie zetten te triviaal.

Werken wil ook niet echt lukken. De onderbuurman duwt een kliko door het gangetje; de wieltjes rollen over de spleten tussen de tegels. Ik luister en ik voel een gemis wanneer het geluid is opgehouden. Vogels zingen in de bomen. Dan luister ik daar maar naar.

Kleine dingen, kleine concentratie. Zelfs nagelbijten is ineens te futiel om nog aan te beginnen. Ik zou kunnen stofzuigen of afwassen. Ik denk dat dat zal helpen, dat ik daar een opgeruimd gevoel aan zal overhouden, maar aan de andere kant: mijn god, een beetje met die afwasborstel in de glazen gaan staan peuren, met als enige doel dat die glazen er schoon van worden. Ik zou alle glazen wel in de glasbak willen gooien, en dan nieuwe kopen. Maar hoe? In een winkel? Echt naar een winkel gaan en daar glazen uitkiezen en die dan afrekenen, in alle ernst?

Geef me liever weer zo’n geluid als dat van de kliko. Geef me het kleinste, meest banale geluidje dat je me kunt geven. Laat het ritmisch zijn. Laat het almaar doorgaan.

Ondertussen heeft het grijs het blauw helemaal opgegeten. Dat is geen metafoor. Ik wil daar niets mee zeggen. Ik zeg gewoon wat ik zie.

Op tafel, naast de envelop, liggen Lego-poppetjes. Ze liggen verspreid, op hun rug en op hun buik, als na een veldslag. Maar ze zijn niet dood. Ze liggen daar te doen alsof. Ze wachten af. Ze wachten op mij. Als ik opsta en de wereld weer inga dan zullen ook zij opstaan. ‘Dat duurde echt fucking lang,’ zullen ze tegen elkaar zeggen, terwijl ze elkaar overeind helpen en het stof van hun kleren slaan. ‘Zag je hem staren? Dat was the thousand yard stare, man! Dit keer dacht ik echt: die blijft daar voorgoed zitten.’ Een ander zal zeggen: ‘Ik ook, man, ik ook. Maar zie, hij is alweer opgestaan. Ik zei het al eerder, en ik zeg het nu weer: het komt echt wel goed met die jongen.’

Ze zullen naar elkaar knikken en dan doen wat Lego-poppetjes doen wanneer je er niet bij bent. Laatst kwam ik thuis en vond ik er eentje naast de afstandbediening. De tv stond aan. SBS fucking 6. Dat poppetje heb ik een kwartier lang onder mijn oksel geklemd.   


Deze stukjes ontvangen als nieuwsbrief? Klik hier