In kunst mag niet geprobeerd worden. Probeer niet te schelden als gij niet toornig zijt, niet te schreien als uw ziel droog staat, niet te juichen zolang gij niet vol zijt van vreugde. Men kan proberen een brood te bakken, maar men probeert geen schepping. Men probeert ook niet te baren. Waar zwangerschap bestaat volgt het baren van zelf, ten gepasten tijde.

Ik kwam dit tegen in het voorwoord van Kaas, van Willem Elsschot. Ik had nog nooit iets van de man gelezen (Ja, schande!, hoe is het mogelijk?, noem jíj jezelf een schrijver?, etc.), en werd aan het wankelen gebracht door zijn ritme, stijl, taalbeheersing en fijngeslepen humor. Moest hardop lachen, meerdere keren, ook bij het voorwoord. En dat droogkomische; ik zie nu ineens ook waar veel hedendaagse schrijvers in het Nederlands taalgebied, die dat ook proberen (proberen), de mosterd vandaan hebben gehaald. 

Hoe dan ook, dat wilde ik niet eens vertellen. Het gaat me nu even om dat stukje uit het voorwoord. Want ik las het en dacht: Verrek, dat is wat Charles Bukowski bedoelde! Op Bukowski’s grafzerk staat namelijk: Don’t try. Ik dacht destijds (zo’n vijftien jaar geleden, toen ik niets anders dan Bukowski las) altijd wel zo ongeveer te begrijpen wat hij ermee bedoelde – het kwam ook terug in zijn werk – maar nu pas, door dat voorwoord van Elsschot, valt het kwartje.

In een interview zei Bukowski: ‘Somebody asked me: “What do you do? How do you write, create?” You don’t, I told them. You don’t try. That’s very important: not to try, either for Cadillacs, creation or immortality. You wait, and if nothing happens, you wait some more. It’s like a bug high on the wall. You wait for it to come to you. When it gets close enough you reach out, slap out and kill it. Or if you like its looks, you make a pet out of it.

Don’t try. Waar zwangerschap bestaat volgt het baren vanzelf. En na het baren er je huisdier van maken, of zoiets, of nou ja.


Het is nog zomer, en mijn zoontjes zijn nog vrij, dus deze stukjes verschijnen nog even zeer sporadisch. Wel kan ik mededelen dat ik gisteren bij de uitgeverij de eerste versie van Wij zeggen hier niet halfbroer heb ingeleverd. De publicatie staat nog steeds gepland voor in het voorjaar. Deze stukjes per mail? Klik hier.