Ik heb mijn belastingzaken op orde. Een hele map met facturen, treinkaartjes, jaaropgaven, etc. Voor het eerst in m’n leven. Uren over gedaan. Koortsig en wanhopig. Toen ik klaar was, was ik even heel gelukkig. Alles was nu ordelijk. Niets kon me meer gebeuren. Maar meteen daarna was ik me meer dan ooit bewust van mijn sterfelijkheid. Die map had me blijkbaar ook tegen de dood moeten beschermen. Zoveel orde! Onsterfelijkheid had daarvan een bijkomstigheid moeten zijn.