Enige tijd geleden las ik in The New Yorker een groot artikel over James Salter. Hij wordt erin omschreven als een writer’s writer’s writer. Wanneer je een writer’s writer bent, dan zien vooral andere schrijvers hoe goed je bent, maar is de kans groot dat je niet doorbreekt naar het grote publiek. Nou, en in het geval van Salter is het nog erger, want hij is dus een writer’s writer’s writer. Salter vloog in straaljagers tijdens de tweede wereldoorlog en in Korea. Toen werd hij schrijver. Na dat artikel kocht ik Light Years en nu ben ik het aan het lezen. Het is bizar, zo goed. Een meester van sfeer en stilte. Het leest niet ‘lekker weg’ – zoals andere goede schrijvers als bijvoorbeeld Ian McEwan lekker weg lezen – want iedere zin is zo chirurgisch goed dat hij al je aandacht verdient. Wellicht heeft het hiermee te maken dat hij nooit echt goed is gaan verkopen. Wie zal het zeggen. Hoewel, daar lijkt nu verandering in te komen, want hij heeft nu, op negentigjarige leeftijd, vierendertig jaar na zijn laatste roman, de roman All That Is gepubliceerd. En die wordt opgemerkt, ook de Nederlandse vertaling. Goed nieuws dus, voor ons, en voor de man die zinnen schrijft als ’Autumn days flashing like knives in the highest windows’. Of: ’Life is weather. Life is meals.’ Zie hierboven een heel kort, maar heel mooi filmpje over hem.