1. In Pitcher Martin van William Golding las ik over een eeuwenoud Chinees ritueel. Geen idee of het echt bestaat of bestond. In een tinnen doosje stop je een dood vogeltje met de eitjes van een bepaald insect. Het doosje begraaf je. Er komen larven uit de eitjes. De larven eten het vogeltje helemaal op en worden dan kannibalistisch. De grotere eten de kleinere op. Na een zekere tijd zijn er nog maar twee over. Opnieuw: de grotere eet de kleinere op. Dan is er nog maar één. Als je nu het doosje opgraaft en openmaakt is het vogeltje veranderd in een evengrote larf.

2. Ik was zondag in het gezelschap van een mooie dame die me vertelde over een autistische neef die lang geleden bij haar moeder introk omdat ze in Rusland woonde. Rusland is een straat in Amsterdam. De neef was geobsedeerd door Vladivostok. Toen hij erachter kwam dat zijn tante in Rusland woonde trok hij bij haar in. Hij kon op dat moment niet dichter bij Vladivostok komen dan dat. Toen hij op latere leeftijd daadwerkelijk naar Vladivostok afreisde viel hem dat zo tegen dat hij daar de zee inliep en verdween.

Ik heb lang zitten broeden op het zinnetje dat deze twee alinea’s prachtig met elkaar kan verbinden en het levensperspectief van de lezer door een 1+1=3-effect heerlijk kan doen kantelen. Daar is helaas niets uit voortgekomen. Tot morgen dan maar weer.


Abonneer je hier op deze stukjes. Op 14 maart verschijnt Wij zeggen hier niet halfbroer. Nu al te reserveren bij verscheidene boekenwinkels.