image

Gisteren gaf ik een gastles aan de tweedejaars creative writing groep van de ArtEz Hogeschool in Arnhem. Op de muur zag ik een wit A4’tje hangen met daarop richtlijnen voor het geven van feedback. Die leerlingen moeten elkaar vaak feedback geven, vandaar. Zoals je ziet hebben ze er later nog een aantal richtlijnen aan toegevoegd. Op roze Post-Its. 

image

Ik stond er glimlachend naar te kijken. Je ziet het haast voor je: een leerling krijgt feedback, voelt zich ondanks de huidige richtlijnen tóch nog gekwetst, en hangt een extra roze briefje op. En op een gegeven moment hangen er zoveel roze briefjes dat feedback geven haast niet meer mogelijk is; voor je eraan begint moet je in je hoofd eerst al die roze briefjes nalopen. 

image

Die roze briefjes zullen blijven komen. Maar hoeveel je er ook ophangt, ze zullen het probleem nooit helemaal kunnen wegnemen. Het zullen er nooit genoeg zijn. Want er wordt hier natuurlijk een belangrijke richtlijn over het hoofd gezien. Niet voor de feedback-gever, maar voor de feedback-némer. Want die wordt hier namelijk, ten onrechte, helemaal buiten beschouwing gelaten. Er moet dus nog een wit A4’tje worden gehangen. Pontificaal. En op dat A4’tje moet staan: ‘Accepteer dat feedback altijd pijn doet.’