Ik was vanochtend een beetje bezig in de sportschool. Krachttraining. Tussen de halters en stangen dus. Een andere kerel en ik begonnen stoere verhalen uit te wisselen over een man die is omgekomen tijdens het bankdrukken (stang op keel) en een kickbokser die zijn complete scheenbeen in tweeën heeft getrapt (en daarna gewoon op dat been wilde gaan staan, omdat hij door de adrenaline van de wedstrijd de pijn nog niet voelde). Carrière voorbij! Behalve wij tweeën was er nog een man aan het trainen. Een oudere, schriele man met een baard en een vale sportbroek. Die begon ongevraagd al onze verhalen te ontkrachten en nuanceren. Je kunt helemaal niet stikken tijdens het bankdrukken want hierom en hierom en zus en zo. En een gebroken scheenbeen betekent heus niet einde carrière want hij wist van een prof-skiër die yadayayadayada. Ik vertelde die man heel kalm en met een glimlach dat het ‘in het krachthok’ niet de bedoeling is dat je de stoere verhalen van anderen gaat ontkrachten. Hij zag er de humor niet van in. ‘Ik heb ervaring met sporten…’ begon hij. Die andere man en ik hebben de rest van de tijd in stilte getraind. Terwijl ik toch echt nog een mooi verhaal had over een deadlifter en een gebroken rug. En ik voelde dat die andere man ook nog genoeg mooie verhalen te vertellen had.