Ik lees een boek. Een crime novel. Op het omslag staat gewoon a novel, natuurlijk juist om aan die genreduiding te ontsnappen. En misschien is dat terecht.

Galveston, geschreven door Nic Pizzolatto. Ik kocht het boek omdat hij, Pizzolatto, tevens de bedenker en schrijver is van de serie True Detective. Die serie, althans het eerste seizoen ervan, vond ik – op één aflevering na (die met die ongeloofwaardige oorlog tussen bikers en gang members) – geweldig. De personages, gespeeld door Woody Harrelson en Matthew McConaughey, waren intrigerend en fris. Bijzonder gedenkwaardig waren de vreemde monologen van McConaughey, tijdens zijn kruisverhoren, terwijl hij poppetjes sneed uit lege bierblikjes (in zijn boek laat Pizzolatto dit zijn hoofdpersonage ook een keer doen; een kleine knipoog naar de serie). Het zijn filosofische, mysterieuze, soms bijna apocalyptische mijmeringen.

Roy Cady, hoofdpersonage in Galveston, is er ook weer zo eentje. Een zwijgzame bad ass, groot en lomp. Een enforcer, iemand die voor de baas wanbetalers gaat bezoeken. Harde jeugd, hard leven, harde maatregelen. Maar een denker. Een duistere filosoof. En toch ook een hart, ergens, diep van binnen. Het verhaal: hij hoort dat hij ongeneeslijk ziek is, ontkomt aan een moordaanslag geregisseerd door zijn eigen baas en slaat op de vlucht, noodgedwongen met een jonge vrouw en haar zusje op sleeptouw.

Indachtig zijn eigen aanstaande dood ziet hij alles door de bril van de vergankelijkheid. Overal ziet hij het verleden terugkomen in het heden, ziet hij hoe alles zich herhaalt. En steeds heeft hij het gevoel dat hij iets over het hoofd ziet, dat hij iets belangrijks vergeet, alsof het leven zich nét niet helemaal aan hem openbaart. Maar hij zwijgt. Hij doet wat gedaan moet worden. 

De jonge vrouw, eveneens diep in de sores, klaagt eens tegen hem over de ellende die ze moet doorstaan: ‘It doesn’t seem fair,’ zegt ze. Waarop hij antwoordt: ‘It doesn’t seem fair because it’s random. But that’s why it’s fair. You get me? It’s fair like a lottery is fair.

Dat bedoel ik, dat vond ik een schitterend zinnetje. Als hij een vergadering van ex-alcoholisten bijwoont concludeert hij: We come here to tell stories so that we can manage the past without being swallowed up by it. Het boek staat er bol van.

Als Roy praat, wat hij zelden doet, maar wel ineens tegen deze jonge vrouw, dan heeft hij daarna spijt. I sensed that I had wronged myself by talking so much. Praten is jezelf delen. En als je jezelf deelt, dan bezit de ander een stukje van je. 

Een heerlijk personage. Een heerlijk boek. Laatst liftte ik voor Volkskrant Magazine mee met thriller-schrijver Karin Slaughter. Zij vond Galveston maar niks en deed wat hautain over Pizzolatto. Ik besloot toen dat ik geen boek van haar hoef te lezen.


Galveston is ook in het NL’s verkrijgbaar. Morgen in Volkskrant Magazine lift ik mee met Tatum Dagelet. Deze stukjes als nieuwsbrief? Klik hier. Zelf schreef ik ook een boek: Bidden en vallen