Druk in de trein van Eindhoven naar Utrecht, waar vandaag de vakantiebeurs plaatsvindt. Veel dames. De meeste wat ouder, wit, met sjaaltjes en een glimlach die – zoals vaak bij dat soort dames – balanceert op de grens tussen vriendelijk en verontschuldigend. Dat is een slim mechanisme, want je komt overal mee weg. Als je voordringt bij de deuren dan zegt die glimlach: ik weet het allemaal niet zo goed, ik doe dit niet expres, spaar me, wees niet wreed.

Ik zit aan het gangpad, op een vierzits. Tegenover me zitten twee van die oudere dames. Allebei kort haar, allebei een sjaaltje. Klaar voor een dagje uit. Het ruikt enorm naar een mengeling van kokos en schoonmaakmiddel. De geur doet me denken aan zo’n luchtverfrisser die je aan je achteruitkijkspiegel hangt. De dames zwijgen, kijken op hun horloge, glimlachen in de rondte.

Naast me zit een vrouw van begin veertig. Wit, halflang haar, simpele trui. Uit haar handtas haalt ze een vel papier met daarop instructies, twee naald-achtige dingen en twee bolletjes wol. Op het papier staat een plaatje van wat het moet worden: een vrolijke giraffe. Geri the Giraffe. Ze begint te haken.

Denk maar niet dat de oudere dames dit ontgaat. Hun focus verlegt zich opgetogen naar het haakwerkje. Hun glimlach wordt prominenter. Ik zie de aandrang tot bemoeienis gloeien in hun ogen en de eerste woorden aanzwellen in hun keel, als bij een kameleon vlak voor hij zijn bek opent en zijn tong lanceert. 

De dame aan het raam bijt het spits af. De vrouw met het haakwerkje praat dankbaar terug. De andere oudere dame blijft zwijgen. Wel knikt ze bij iedere zin instemmend en lijkt ze steeds iets feller te gaan gloeien. Haar wangen zijn rood, maar volgens mij is dat ook make-up. Ze glimt ook. Ik weet nu ook zeker dat zij degene is die zo sterk naar luchtverfrisser ruikt.

Haken is een leuke bezigheid en daarbij zijn de creaties leuk als cadeautje. De vrouw is het gaan doen door een vriendin. Die zei: ‘Zullen we gaan haken? Is leuk joh!’ Ze haalt haar schouders op, zoals ze dat toen ook gedaan moet hebben. ‘Oké,’ zei ze. ‘Mij best.’ Het kan verkeren in het leven. Van Geri the Giraffe moet ze alleen nog de benen doen, dan is hij klaar.

De oudere dame aan het raam dist scheutig eigen ervaringen op. Ook over haken en breien, maar ook over kleinkinderen. De andere dame zwijgt nog altijd en lijkt zich daar bewust van te worden. Het wordt raar, een beetje ongemakkelijk. Ze wil absoluut niet onbeleefd overkomen, dus haar glimlach wordt steeds intenser en haar blos steeds feller en ze begint steeds meer te glimmen.

Tot ze het niet meer aankan. Terwijl de andere twee vrouwen nog praten over het haken zegt ze ineens: ‘We gaan naar de vakantiebeurs. Ik was vroeger verpleegster. Komt er nog iemand met koffie, denken jullie?’


In maart verschijnt mijn boek Wij zeggen hier niet halfbroer. Je abonneren op deze stukjes kan hier