Als reactie op mijn stukjes krijg ik vaak: ‘Herkenbaar!’ Ik weet nooit zo goed wat ik daarmee moet. Er klinkt soms verbazing in door. (Hé, dat ken ik!) Dat is leuk. Maar aan de andere kant lijkt het soms mijn stukje ook te reduceren tot iets banaals. (Goh, ik heb ook wel eens jeuk aan mijn grote teen.) In alle gevallen treedt er bij mij een zekere beduusdheid op. Het zij zo. Maar nu kwam ik bij het herlezen van Lydia Davis de onderstaande passage tegen.    

We feel an affinity with a certain thinker because we agree with him; or because he shows us what we were already thinking; or because he shows us in a more articulate form what we were already thinking; or because he shows us what we were on the point of thinking; or what we would sooner or later have thought; or what we would have thought much later if we hadn’t read it now; or what we would have been likely to think but never would have thought if we hadn’t read it now; or what we would have liked to think but never would have thought if we hadn’t read it now.

Treffend, niet? Ik vond het heel herkenbaar.

Nee, niks over Brussel. Natuurlijk houdt het me bezig, maar er vormt zich in mijn hoofd niets dat ik kan vertalen naar een stukje. Ik weet zelf ook niet hoe dat werkt.