Ik weet dat ik de laatste tijd met enige regelmaat over kickboksen schrijf. Dat is omdat ik die sport sinds een tijdje weer beoefen. Feitelijk is het thaiboksen, maar de meesten van jullie zal dat niets zeggen. Semantics! Maar inderdaad: het is zo, het lijkt een terugkerend onderwerp te worden. En misschien denken jullie nu steeds: tjongejongejonge, komtie weer aan hoor. Dat snap ik, maar dat is omdat jullie het grotere plaatje nog niet zien.

Denk eens aan Hemingway; aan terugkerende thema’s als stierenvechten en boksen. Of John Fante en honden. Of Charles Bukowski en paardenrennen. Arnon Grunberg: zijn moeder. James Salter: het leger.

Dus wanneer over een jaar of veertig mijn oeuvre wordt gelezen dan heb ik ook zoiets, dan springt dit in het oog. Zie bijvoorbeeld ook het hoofdstuk over Farid in Bidden en vallen. Ik weet wat ik doe, verdomme. Begrijp dat dan.

Wat ik lekker vind aan de sport, althans nu even (maar daarover dadelijk meer), is het meten van kracht, het harnas van spierpijn en beurse plekken de dag erna, het wegslikken van weerstand en lichte angst wanneer ik ga sparren in de ring. Het geeft me het gevoel van doorzettingsvermogen, van moed. Dat helpt me de dag door.

De ring instappen voelt overigens hetzelfde als de bowl indroppen met skateboarden (jezelf met plank en al in zo’n leeg zwembad laten vallen). Anderhalf jaar lang was skateboarden mijn nieuwe passie. De periode rondom mijn scheiding. Ik sprak en schreef er net zo over als over kickboksen nu. Ik werd met een skateboard gefotografeerd voor Nieuwe Revu en ik schreef een groot persoonlijk stuk voor Volkskrant Magazine, getiteld Hoe ik op mijn vierendertigste leerde skateboarden. Kortom: ik zwoer erbij.

‘Ga je eigenlijk nog wel eens skateboarden?’ vroeg mijn vriend Theo me laatst. Ik antwoordde: ‘Nee, eigenlijk helemaal niet meer.’ Hij keek naar me met een mengeling van verbazing en verontwaardiging. ‘En je was er nog wel zo vol van!’ Ik knikte schaamtevol. Hij vervolgde: ‘Je hebt geen enkele loyaliteit. Dat is jouw probleem. Straks vind je mij ook ineens niet meer leuk, let maar op.’

‘Nee joh, natuurlijk niet,’ zei ik lachend, en hoopte vurig dat ik gelijk zou krijgen.

Hier weer een stukje. Gisteren kwam ik er niet aan toe. Deel het gerust met de knoppen hieronder. Mijn stukjes per mail ontvangen kan ook.