In de auto, laatst, dacht ik aan het nekkermannetje. Als kind ging ik vaak bij mijn beste vriendje spelen. Een dorps huis met een grote tuin. Tegen het huis was een waterput gebouwd. Geen idee met welk doel, eigenlijk. Hoe dan ook, de vader van dat vriendje waarschuwde ons herhaaldelijk en in alle ernst voor een mannetje dat in het water van die put leefde. Een mannetje gemaakt van water; je kon hem niet zien. Maar wanneer je te dichtbij zou komen zou het nekkermannetje je bij je kraag grijpen en onder water trekken. De vader vertelde ons dit natuurlijk om ons bij die put weg te houden, voor onze veiligheid, dat begreep ik toen ik ouder was. En het werkte; ik was doodsbang voor dat nekkermannetje. Doorzichtig en toch met een vorm. Een silhouet in het water. IJskoud. Maar goed, zoals ik net al zei, toen ik laatst in de auto zat moest ik aan het nekkermannetje denken. Het was warm en klef in de auto. Mijn rug was net getatoeëerd; zweet brandde op de open huid. Een dag eerder was ik gevallen met skateboarden; mijn knie deed zeer en ook daarop brandde een wond. Daarnaast begon voor de zoveelste keer een heftige voorhoofdsholteontsteking op te zetten. Mijn lijf was niets dan ballast. Een juten zak waar ik uit wilde stappen. Een kwetsbare, zware, logge machine. Een homp rottend vlees. Wat heerlijk leek het me om het nekkermannetje te zijn. In het water en gemaakt van water. Eén met het water en toch niet helemaal het water. Zo lekker koel en vrij. Geen verval, geen schade. Water, slechts water. En ik besefte dat het zo eigenlijk altíjd voelt. Onbewust, soms bewust, voelen we het gewicht van ons lijf, van onze vergankelijkheid, van onze nukken en ons gepieker. En diep in ons leeft het vermoeden dat wîj dat niet zijn. Nee, wij zitten dieper weggestopt, gewichtsloos, onafhankelijk. Als ik nu denk aan een ziel die bevrijd wordt uit het vlees, dan denk ik aan het nekkermannetje. Maar let op: álles is dan van me afgevallen. Ik heb geen persoonlijkheid, geen geheugen, geen verlangen. Ik ben niet meer ik. Ik ben slechts het water. Ik ben het water dat is teruggekeerd naar het water. En ik beloof, ja echt, ik beloof dat ik geen kindjes zal ondertrekken.