Gisteren was het Nationale Buitenspeeldag. Of misschien alleen hier, dat weet ik niet. Dus misschien Eindhovense Buitenspeeldag. Mijn buurman, een oudere man, was degene die het op ons veldje organiseerde. Toen ik een paar dagen geleden de grijze bak buitenzette klampte hij me aan. ‘Je helpt woensdag mee?’

Ik heb een slecht geweten. Taakstraf voelt terecht.

Om tien uur slenterde ik naar het veldje en voegde mij bij de buurman en een paar anderen. Ze waren een kraampje aan het opzetten. Ik kreeg een hesje aan en moest tussen twee bomen een spandoek ophangen waarop stond: ‘Deze dag wordt mede mogelijk gemaakt door Albert Heijn Roostenlaan.’ Dat lukte, al hing het spandoek scheef.

Daarna wist niemand wat ik moest doen. De buurman was even weg, de anderen hadden geen idee. De meesten van hen kwamen ook vooral voor de koffie en de gezelligheid, vermoedde ik. Er was een man op een scootmobiel. Die deed niks. Er was ook een grote man met een flink buik en een petje. Die deed ook niks. Ja, koffie drinken. Toch mochten ze een hesje aan. Allebei straalden ze een prachtige onverschilligheid uit; als er al een beroep op hen werd gedaan dan hadden ze daar absoluut geen last van.

Ik keek op m’n horloge. Ik had nog dingen te doen, mails te beantwoorden, kandidaten te vinden voor mijn rubrieken met BN’ers in Volkskrant Magazine, Elle en &C (mijn business is de BN’er business). ‘Gaan we nog iets doen?’ vroeg ik ‘Wat moet er gebeuren?’

‘Wie wil er neukende hommels zien!’ riep de grote man met het petje. 

De oudere man op de scootmobiel stond al dichtbij maar reed nu tot vlak voor de tafel waarop de hommels zaten. Hij lachte en bleef kijken. ‘Kiek dan!’ zei de man met het petje. ‘Ze zitten gewoon tussen ons in te neuken!

‘Hij pakt haar van achteren,’ merkte de man met de scootmobiel droogjes op.

De man met het petje haalde zijn telefoon tevoorschijn en begon te filmen. Minutenlang, aldoor met een grijns op zijn gezicht. Misschien was hij het aan het livestreamen op Facebook.

Ik ging weer aan de slag. Ik blies een klein springkussen op, droeg een aggregaat over het veldje en legde Twister neer. Daarna ging ik even naar huis voor een pauze voordat ik ’s middags Twister in goede banen zou moeten leiden.

Toen ik de mannen voorbijliep stonden ze nog naar de hommels te kijken.

‘Ze doen er wel lang over,’ zei de man met het petje.

‘Langer als jou in elk geval,’ zei de man op de scootmobiel.


Het is echt zo, ik verstuur deze stukjes ook per mail. Klik hier. En mijn laatste boek heet natuurlijk Wij zeggen hier niet halfbroer.