Hier in de buurt woont een man met twee honden. Het zijn mooie honden. Fier. Type herder. De man is groot, een jaar of vijftig, alleenstaand, een beetje slodderig maar niet onverzorgd; waarschijnlijk weet hij gewoon niks van – en geeft hij niks om – mode en nieuwe kleding. Dat zie je ook wel aan zijn gezicht, dat hij daar niks om geeft. Mode is een mensending, en dus stom. Hij zal het aanstellerig vinden. Eigenlijk álles wat mensen doen en leuk vinden stuit hem tegen de borst. Vermoed ik. Met hun neppe glimlach en sociaal gedoe en leugens en verraad en politiek en en en en en.

Als ik ’s ochtends mijn jongens naar school breng komt hij vaak net met zijn honden de deur uit. Hij heeft dan ook een fiets bij zich. Hij ritst zijn jas dicht en briest condens. De honden staan ter attentie, hun warme natte neuzen dampend in de kou. Ze trekken niet aan de riem, janken niet, kwispelen niet hysterisch met hun staart. Blakende gezondheid. Intelligentie in hun ogen. Majestueus.

Want dat is belangrijk. Loyaliteit. Betrouwbaarheid. Duidelijkheid. Weten waar je aan toe bent. Niet dat gecompliceerde, hypocriete, kleverige en achterbakse dat de medemens typeert.

Als ik hem zie begroet ik hem. ‘Goeiemorgen!’ Hij groet dan terug met tegenzin en argwaan, en hij geeft me een blik die ook mij doet concluderen dat mijn begroeting inderdaad wel heel hypocriet en nep was. Want ook ik ben niet te vertrouwen. Ik stel mensen teleur, ben niet altijd een man van mijn woord, heb gekwetst. Dus daar heeft de man absoluut een punt. Na dat ‘Goeiemorgen!’ zou ik natuurlijk ‘Ik neem het terug!’ kunnen roepen, maar dat maakt de zaak er alleen maar gecompliceerder op, en dat wil hij juist niet.

Een hond verraadt je niet. Van een hond kun je op aan. En dat zie je als je naar die herders kijkt: het kost hen geen enkele moeite om zuiver van hart en gedrag te zijn.

Het is een bekend fenomeen. Het type dierenliefhebber dat in dieren alles ziet wat in een mens ontbreekt. Gek genoeg lijkt hij te zijn vergeten dat ook wij dieren zijn. En omgekeerd: dat ook hij een mens is. Wat ze haten in de mens haten ze, in feite, in zichzelf. Het is een soort verbittering. 

Door zich te beperken tot omgang met zijn honden denkt de man zich te kunnen onttrekken aan het menszijn, wat natuurlijk een zeer menselijke constructie is.


Abonneer je HIER op deze stukjes en krijg ze GRATIS in je mailbox. Er komt ook een boek aan: Wij zeggen hier niet halfbroer (14 maart). Daarover HIER meer info.