Ik was het vergeten. Het subtiel inventariseren en inschatten van de anderen terwijl je je handen staat in te zwachtelen. Wat voor type jongens? Hard, meedogenloos? Geldingsdrang? Achterbuurt, middenklasse, studentje? Tevergeefs; die nette jongen laat er geen stoot tussenkomen, die overdreven gast met het authentieke Muay Thai broekje raak ik met iedere directe.

Ik was het vergeten. Het niet meer kunnen volhouden. Toch weer opleven als de trainer zegt: goed zo. Het branden van de bovenbenen, de zwarte stipjes op het netvlies. De kleine, venijnige pijntjes. Het knellen van de handschoenen. Het sparren, het anticiperen, het aanvoelen van de ander. De kleine smeekbedes: ik ben kapot, rustig aan. Elkaar treffen. Het clinchen; een vreemde omhelzing, als bronstige bokken tegen elkaar aan gevallen; het zweet van de één is het zweet van de ander.

Ik was het vergeten. Het einde van de training. De zachte euforie. Het afwikkelen van de zwachtels. De praatjes, kalm, bijna post-coïtaal.

We praten over honden. De trainer heeft me ooit zien lopen met mijn Bullmastiff. Een jaar geleden overleed ze aan haar hart. Zelf heeft hij een Presa Canario. Meerdere. Een andere jongen werkt met politiehonden. Het gaat over hondengevechten in Japan. We hebben het over bijtkracht, hoeveel kilo per vierkante centimeter. Tosa Inu. Boerboel. Fila Brasileiro. ‘In Spanje hangen ze renhonden die slecht hebben gepresteerd op aan een boom.’ We luisteren, knikken instemmend, bergen onze spullen op. We hebben tatoeages. Geen van ons, vermoed ik, wil echt honden laten vechten of ze aan een strop zien hangen.

Thuis slik ik magnesium. Goed voor het herstel van de spieren. Hoe gek dat is: mineralen die iets doen in je lichaam, waar je zelf geen zicht op hebt, waar je zelf als het ware niet bij bent. Cellen die delen, die van alles doen, waar van alles mee gebeurt. En dat je dan kunt opdrukken en zweten en praten over vechthonden.

Ik was het vergeten. De spierpijn. Het jezelf heel, heel langzaam in een heet bad laten zakken. 

Het laatste stukje van de week. Ik schreef ook een roman, Bidden en vallen, waarover vandaag in het Nederlands Dagblad werd geschreven: ‘Een boek dat met spectaculaire gebeurtenissen en tot de verbeelding sprekende locaties schreeuwt om een verfilming.’ Ik weet het: niet bepaald een mooie zin, maar ze bedoelen het goed.