Het cliché: alle problemen in de wereld komen voort uit het niet rustig alleen in een kamer kunnen zijn. Ik parafraseer. Maar er zit wat in. Eenzaamheid maakt rusteloos. Eenzaamheid zegt: doe iets, ga ergens heen, verdoof jezelf, word verliefd, heb seks, ga een berg beklimmen, maak oorlog.

Niet zo lang geleden liftte ik mee met Liesbeth List. Ze is weduwe. Ze is zeker vaak eenzaam, zei ze, maar ze was als kind al eenzaam. Ze kent het gezicht van de eenzaamheid. Ze kent zijn trucjes, zijn dwingende karakter. Ze ziet hem staan als een hysterisch kind in de hoek en haalt haar schouders op. Och, heb je hem weer.

Unhappy, yes, but familiar with it. She knew it would pass. Een vrouw in Solo Faces van James Salter. 

Ik lijk meer op scenarioschrijfster Maria Goos. Ook met haar liftte ik mee. Haar man liet haar in de steek. Iedere ochtend, zegt ze, moet ze alle gereedschap weer bij elkaar zoeken: het relativeren, het oppeppen, het distantiëren van dat eerste, diepe zelfmedelijden.

Mijn moeilijkste moment is de vroege avond, als ik mijn zoons niet heb. Ik heb dan vaak uren in stilte zitten werken. Tijdens dat werken voel ik de eenzaamheid niet, maar die heeft dan ondertussen wel onopgemerkt kunnen uitgroeien tot een groot zwart monster. Ik heb gekookt en gegeten en weet niet wat ik moet. De angst om weg te kwijnen. Geen zin om iemand op te zoeken, geen zin in de beneveling van drank. Soms ga ik trainen.

Tegenwoordig zet ik om zeven uur vaak DWDD aan. Niet zozeer omdat ik het wil zien, of ervan geniet, maar omdat het dan toch een beetje is alsof ik bij die mensen aan tafel zit. (Ik vermoed overigens dat ik een veel leukere tafelheer zou zijn dan acht van de tien die er nu zitten, maar dat terzijde.) Ik hoor meestal niet echt waar ze het over hebben. Ik kijk wat uit het raam of op mijn telefoon. Maar juist die achteloze afzijdigheid geeft me het gevoel dat ik aanspraak zou kúnnen hebben. Dat als Matthijs het ergens over heeft, ik lachend uit m’n keuken kan komen lopen en kan zeggen: ‘Haha, grappig dat je dat zegt, Matthijs, want ik kwam gisteren nog iemand tegen die…’

Enfin, je snapt het.

Het laatste stukje van de week. Maandag doen Ivo Victoria en ik mee aan de Nationale Boekenquiz van de VPRO. We nemen het op tegen Maartje Wortel en Paulien Cornelisse. Het zijn de opnames. Je kunt in het publiek zitten als je wilt: tvtickets@vpro.nl. Ook verstuur ik deze stukjes tegenwoordig per mail. Mijn roman heet Bidden en vallen. Fijn weekend.