De feestdagen zijn het concentraat van een heel jaar. Een stroperig bodempje. Je kunt er haast niet doorheen kijken. Van de rest van het jaar kun je drinken wat je wilt, maar het concentraat consumeer je met zorg, met vrees, of juist met een op-hoop-van-zegen-achtig fatalisme. 

Kerstavond met mijn ex, onze zoons, haar nieuwe relatie, mijn vader. Iedereen nog op zijn hoede maar welwillend. Dan de drankjes, het dieper en dieper zetelen in berusting, in opluchting. Dat het kan. Dat wij het kunnen. Dat er genoeg liefde is. Eten, zingen, meer drankjes. De kinderen naar bed, later de tranen.

Wandelen met mijn broers. De lijnen in hun gezicht. De groeven van hun jaren en zorgen en vreugde nog iets dieper rondom hun ogen en mond. Kerst: ineens zie je dat er tijd is verstreken. Hoe sterk het concentraat dan smaakt. Hoe het blijft kleven aan de brok in je keel. Hoe we onze levens, de jaren en de dagen, afstaan aan de eeuwigheid.

De kleine gesprekken. Meer over de levens van anderen dan over die van onszelf. Niet nu de schermen laten zakken. Niet met iedereen erbij. Het concentraat te dik, te sterk, te bedwelmend, te gevaarlijk om puur te drinken.

Middagen in overdekte speeltuinen. Avonden alleen of afgeleid en verstrengeld in het lichaam van een ander, in een ander huis. Zweten in de sportschool, willen geloven in mijn eigen lichaam, dat ik mezelf kan behouden.

De jaarwisseling voor het raam van mijn appartementje. Mijn zoons naast me, gewikkeld in hun dekbedden. Explosies in de lucht. Mijn zoontjes een blikje Fristi, ik een blikje bier. Dit moet volgend jaar anders, neem ik mezelf voor. Ik heb me met oudejaarsdag nooit raad geweten; alsof ik klem zit tussen de jaren, een pier tussen de duim- en wijsvinger van een visser.

De Chinezen van de friettent naast ons steken een enorme, rode ratelband af. De straat kleurt rood. ‘Die hebben ze meegenomen uit China,’ zeg ik. ‘Kun je alleen maar daar kopen.’ Mijn zoontjes geloven me. Dit is wat ik kan. Ik heb verhalen. Ik zorg dat het lekkerder smaakt. 

Ik wilde eigenlijk pas maandag het eerste nieuwe stukje plaatsen, maar dit stukje gaat over de feestdagen en daar wil maandag (terecht) niemand nog over horen. Ik schreef een roman: Bidden vallen