Mijn oudste is ineens fan van Enzo Knol. Laatstgenoemde is een populaire vlogger. Een vlogger plaatst video-blogs op Youtube. De populairste is Enzo Knol, een jongen van tweeëntwintig met een achterstevoren petje op. Hij deelt zijn leven met de kijker en hij laat ook zien hoe hij Minecraft speelt. Zijn vlogs worden honderdduizenden keren bekeken en naar verluidt strijkt hij er meer dan drie ton per jaar mee op.

Wat doet Enzo Knol zoal? Nou, een eitje bakken, en daar commentaar op geven. Of hij gaat boodschappen doen. Hij is de koning van de anti-climax. Ik ben opgeroeid met Rembo & Rembo en Jiskefet; als ik iemand in de camera zie kijken en bloedserieus hoor zeggen: ‘Oké, we gaan effe boodschappen doen’, dan verwacht ik iets grappigs, of onverwachts. Maar Enzo Knol gaat gewoon boodschappen doen. ‘Mijn maat pakt effe een winkelwagentje,’ zegt hij dan bijvoorbeeld. En weet je wat er dan gebeurt? Dan gaat zijn maat effe een winkelwagentje pakken.

Ik weet hoe ik klink. Als een cynische oude man die de jeugd niet meer snapt. In zekere zin klopt dat ook. Ik snap de aantrekkingskracht niet. Maar het is niet dat Enzo Knol humor heeft die ik niet begrijp. Hij heeft gewoon geen humor. Heeft geen fantasie, is ad rem noch gevat. Het is ook de leeftijd niet; toen ik tweeëntwintig was, was ik echt niet zo’n saaie dork.

Gisteravond werd mijn oudste weer dat scherm ingezogen. Enzo Knol stond tomatensoep te maken. Tomatensoep vond hij heel lekker, zei hij. En toen dat je verschillende soorten tomatensoep hebt. ‘Chinese tomatensoep, bijvoorbeeld.’ Hij was benieuwd naar welke soep zijn kijkers het lekkerst vonden. Dat konden de kijkers achterlaten bij de reacties onder het filmpje.

In één van mijn vroegste jeugdherinneringen zaten mijn ouders op de bank en ik voor hen op de vloer. Ik keek wekelijks De Grote Meneer Kaktus Show, een hysterisch kinderprogramma, en mijn ouders zaten het dan achter me af te kraken. Het verpestte het plezier, en ik schaamde me een beetje, denk ik, omdat ik het wél leuk vond.

‘Hij is echt cool hè pap?’ vroeg mijn zoon gisteren, in bed, voor het slapengaan. Ik slikte, knikte, kuchte. ‘Zéker!… Nou, lekker slapen jij.’

Hier van ma t/m vr dagelijks een stukje. Eind oktober verscheen mijn roman, Bidden en vallen.