De koffie te sterk. Nagels te ver afgebeten. Brandende vingers. In het midden van alles. Kijk omhoog en zie de open bovenkant van een cilinder. Sluit m’n ogen en zweef omhoog. Ruik de frisse lucht. Moe en fit. Meer koffie. De koffie te sterk. Nagels te kort. Rode randjes. Pleisters. Kan de dingen maar moeilijk vastpakken. Zitten en typen. De buikratten klauwen zich een weg naar buiten. Zitten en typen. De koffie te sterk. Straks maar weer eens iets anders doen.