Mijn oudste zoon, net negen geworden, wilde per se een zwemfeestje. Hij nodigde vijf vriendjes uit. Dus afgelopen vrijdag, meteen na school, gingen we naar de Tongelreep, een verouderd tropisch zwemparadijs. Mijn jongste ging ook mee.

Zodra we binnen waren moest ik de zes grote jongens laten gaan. Mijn jongste kan nog niet zwemmen, dus ik moest bij hem blijven. De grote jongens verdwenen richting glijbanen, golfslagbad, stroomversnelling.

Ik haat zwemparadijzen. Ik haat de spetters in mijn gezicht. Ik haat de kleffe warmte. De zompige frietjes waar je op gaat staan. Het lopen als een opgewonden pinguïn op de spekgladde tegels. De blikken van de andere getatoeëerde vaders: ik moet vooral niet denken dat ze onder de indruk zijn.

En waar ik helemaal geen rekening mee had gehouden: vrijdagmiddag = discozwemmen. Met een echte DJ die keiharde dance draait. En lichtspots. Ineens werd het drukker. Groepjes jeugd. Jongens met kickboksbroekjes ipv zwembroeken, een gebruik dat ik nog ken uit mijn jeugd. Het zal iets Eindhovens zijn, althans onder bepaalde lagen van de bevolking. Zelfs een enkele nekmat zag ik. En ik weet nog hoe ze zijn, die gastjes; in de rij voor de glijbaan duwen ze je aan de kant, of ze spugen op je, grijnzend, en doen lachend alsof ze je zullen slaan. Of slaan echt.

Ik kon het niet aan. Ik stond daar hulpeloos in het water met mijn jongste, die me vrolijk probeerde mee te sleuren naar een waterkanon. Die zes jongens waren ten dode opgeschreven. Ik kon niets doen. De stampende muziek maakte me gek. Ik zag overal gevaar.

Ik dacht ook ineens aan Rusland en Poetin, en Turkije en Erdogan, en islamitische terroristen. The clash of civilizations. Mijn brein kon de prikkels niet meer aan, kon geen onderscheid meer maken tussen gevaar in het zwembad en gevaar in de wereld, kon geen rationale risicoanalyse meer maken.   

Naderhand, in de kantine met snoepzakken, trillend, snakkend naar drank, nam ik de schade op. Ja, ze hadden inderdaad last gehad van jongens die hadden voorgedrongen, en die hadden gedreigd te zullen slaan, maar niettemin had iedereen het heel leuk gehad.

Het zat erop. Ik kon aan het bier. Beginnen met verwerken.

Op dat moment werd ik door een vriendje aangeklampt. Lijkbleek, tranen in zijn ogen. Er was een snoepkers in zijn luchtpijp geschoten.


Vanavond doen Hanneke Groenteman en ik mee aan De Tafel van Taal op NPO2 om 19:55. Gisteren zag ik de eerste aflevering. Het ziet er een beetje stoffig uit, een beetje als Lingo in de jaren negentig of zo. Maar soit. Ik verstuur mijn stukjes ook per nieuwsbrief. Mijn roman heet Bidden en vallen