Een laatste, kort stukje voor het weekend. Een boekentip. Mothering Sunday van Graham Swift. Een dun boek, een kleine roman: 132 pagina’s, waarvan er zich zeker 75 afspelen in dezelfde slaapkamer. De premisse: Jane, een dienstmeid in het Engeland van 1924 – de Eerste Wereldoorlog smeult nog – krijgt een dagje vrij, op Moederdag, en bezoekt haar stiekeme geliefde, een jongeman van gegoede klasse, van een huis verderop. Hij, de enige overlevende zoon – de andere twee stierven in de oorlog – gaat bijna trouwen. De bruid stond al vast, evenals zijn aanstaande carrière als advocaat. Jane en hij duiken al sinds hun puberteit schuurtjes en hooibergen in; dit is hun laatste keer samen.

Swift speelt een subliem spel met tijd en camerapunten. We zien de slaapkamer steeds vanuit een andere hoek, en zo ook de personages. Het verhaal, wat er werkelijk speelt, wordt ons beetje bij beetje verteld. Het is alsof Swift ons steeds een hapje geeft van iets lekkers en dan, als hij dat lekkers weer voor onze mond houdt en wij weer willen toehappen, ineens wegrent en ergens anders gaat staan. Het boek is als een liedje waarvan je aldoor net niet het hele refrein krijgt te horen; iedere keer krijg je er weer een paar klanken bij, en ondertussen begint het refrein je te bevallen, wil je het meezingen tot waar je kunt, tot aan dat punt waarop het ineens weer stilvalt en je alleen nog maar heel goed kunt, en wilt, luisteren.

Ik snap niet hoe hij dat gedaan heeft. Soms lees je iets en weet je honderd procent zeker: dit kan ik niet, dit ga ik nooit kunnen. En die acceptatie is heerlijk, omdat je het dan gewoon kunt lézen. 


Mothering Sunday is in het Nederlands verkrijgbaar als Moeders Zondag. Ik verstuur deze stukjes ook per mail. Mijn roman heet Bidden en vallen.