Ik schrok vannacht wakker op de vloer naast mijn bed. Mijn voet gonsde van de pijn, er zat bloed op. Ook een schaafwondje op m’n hand en vingers. Ik was beduusd, slaapdronken, in paniek. Mijn matras en deken waren van het bed gegleden. En het meest shockerende: mijn bed – een licht simpel eenpersoonsbed van Ikea – stond schuin tegen de muur. 

Ik had gedroomd dat ik onder een soort opklapbare, stenen tribune lag. De tribune zakte langzaam naar beneden en ik had nog alle tijd van de wereld; ik hoefde alleen maar rustig op te staan en weg te lopen. Maar ineens was het te laat. Ineens was de afstand tussen mij en de tribune nog maar enkele centimeters. Ik keek naar de rand, het einde, de opening, waar ik naartoe moest. Ik zag dat ik het niet meer zou halen. Ik zou doodgaan. Echt doodgaan. Ik had het kunnen redden, maar ineens was het te laat. Mijn brein weigerde het te begrijpen en accepteren. Dit kan niet. Maar het was echt. Een poging doen tot overleven was zinloos. Niettemin probeerde ik het, als een wild beest gevangen in een kooi. De paniek was allesoverheersend.

En toen werd ik dus wakker en aanschouwde ik de ravage in mijn kamer. Misselijk, mijn hart luid bonkend.

Vanochtend stuurden mijn ex en ik wat berichtjes naar elkaar. We gaan bijna verhuizen. Zij vertrekt uit ons huis en gaat naar een huurwoning. Ik vertrek uit de kleine wonden-lik-huurwoning waar ik de afgelopen twee jaar heb gewoond – de twee jaar sinds we uit elkaar gingen – en ga weer in ons huis wonen. We kwamen tot dezelfde conclusie; je hoeft geen psychiater te zijn om de aanleiding van die nachtmerrie te begrijpen.

Toch was die verklaring niet voldoende. Het gevoel van de nachtmerrie bleef hangen, ook na de rationalisering. Het was groter dan slechts de huidige situatie. Want wat bleef hangen was de verstikkende échtheid van het gevoel: hoe het zou zijn om te beseffen dat je gaat sterven, onverwacht, binnen nu en een paar seconden. De ironie is dat die realisatie gepaard ging met een enorm onbegrip, een immens niet-accepteren, een dierlijke weigering en zelfs veronachtzaming van de dood, hoe onvermijdelijk en accuut die ook was. Ik besefte eens te meer dat als een mens nooit werkelijk zijn dood kan begrijpen, hij ook zijn leven niet kan begrijpen.

En dan zet je thee. En eet je kwark met noten. En ga je aan het werk.

Mijn bed staat er weer precies zo bij als de afgelopen twee jaar. Nog even.


Deze stukjes automatisch per mail ontvangen? DAT KAN. Mijn roman lezen? Vraag in de boekenwinkel naar Bidden en vallen.