Deze week geen stukjes. De zon schijnt. Ik ben onrustig. Ik wil dingen. Ik wil dingen niet. Mijn huis telt veel lijken. Motten, kikkervisjes. Uit het open raam sijpelen hun zieltjes weg. Het leven waait erdoor naar binnen. Ik zit ergens in het midden. Ik heb dingen te doen. Dingen niet te doen. Mijn mooie jongens zijn er. Mijn mooie jongens zijn er niet. Ik zit ergens in het midden. Ik heb geen tuin, geen balkon. Ik ga naar buiten. Ik ga fietsen. Ik neem een trein. Ik druk oproepen weg, negeer berichtjes. De zachte wind blaast kleverige handen van me af. Ik verdwijn maar ik ben nog gewoon hier. Dat kan. Dat kan. Ergens in het midden. En heel ver weg kan ik niet gaan. Ik ben een elastiek dat oprekt en dan weer terugschiet naar de spijker die hem in de aarde houdt: kinderen, deadlines, de afwas, het verwisselen van een stofzuigerzak vol dode motjes. En het is oké. Het is allemaal goed. Maar deze week even geen stukjes. Dat is alles wat ik wil zeggen.


Stukjes ook als nieuwsbrief. Ook een roman schreef ik: Bidden en vallen.