Ik dronk koffie met m’n pa. Tegenover elkaar aan een tafeltje in klein pretpark in Rotterdam. Ik weet niet meer precies waarom, maar ons reisje naar Palermo kwam ter sprake. We aten daar iedere avond in een restaurant en zaten dan ook zo tegenover elkaar. ‘Dadelijk sta je ook nu weer op en loop je weer weg,’ grapte ik.

Hij keek me aan, half lachend, half verward. ‘Wat bedoel je?’

Ik vertelde dat hij vlak na zo’n maaltijd in Palermo ineens was opgestaan. ‘Ik ben er klaar mee,’ had hij ineens gezegd, ogen troebel van de alcohol. Onze borden stonden nog op tafel, we zaten nog aan de wijn, hadden nog geen espresso gehad, etc. ‘Ik ben er klaar mee.’ Hij stond op en liep het restaurant uit, mij verbouwereerd achterlatend. 

‘Heb ik dat echt gedaan?’

‘Jep.’

Hij knipperde met z’n ogen. Ineens heel kwetsbaar. Het was gêne en schrik in één. Mijn vader is veel vaker heel dronken geweest in zijn leven, maar dit was anders. Dit gedrag kende hij niet van zichzelf. Dit was misschien ook ouderdom. Verlies van controle. Verlies van wie hij altijd is geweest. Een fractie van een seconde; een kolossale kanteling.

Vanaf het moment dat je wordt geboren ben je in vrije val, maar het is maar zelden dat je daadwerkelijk de lucht kunt horen ruisen.

‘Niet over schrijven hoor,’ zei hij.

Mijn stukjes kun je delen met de knoppen hieronder. Je kunt ze ook per mail ontvangen. Mijn roman heet Bidden en vallen