Ik was vergeten hoe leuk het is om mijn zoons naar school te brengen, of ze ’s middags op te halen. Ik deed het gehaast, snel, alsof het iets was dat ik vooral snel achter de rug moest hebben. Ik was vergeten dat ik, toen mijn ex zwanger was van onze oudste, dagdroomde over een klein mannetje aan de hand, met een rugzakje om, wandelend naar het schoolgebouw. Hoe leuk en bijzonder me dat leek. Ik was vergeten hoe bijzonder het is, dat het een wonder is, dat ik in een mum van tijd met weemoed zal terugkijken naar deze tijd.

Ik was dat vergeten. Er was van alles overheen gewoekerd. Routine en kopzorgen maken een vruchtbare voedingsbodem voor onkruid. Soms moet je dat onkruid weghakken, als je tenminste de mazzel hebt om het euvel überhaupt in de gaten te hebben.

Gisteren haalde ik ze op. En ik zag het weer. Ik wist het weer. Hoe leuk en wonderlijk het is: op het schoolplein geduldig toekijken terwijl ze afspraakjes maken.

Uiteindelijk liep ik met vier kinderen naar huis. Toen we vlakbij mijn voordeur waren zag ik in gedachten ineens de twee gebruikte condooms in de hoek van mijn slaapkamer liggen. ‘Wacht!’ riep ik, en rende voor de kinderen uit de trap op. (Een flits van mokka-kleurige huid, een kronkelend lichaam, als een tijger.)

Toen ik beneden kwam hield ik de condooms achter mijn rug en liep ik achterwaarts de keuken in, waar ik ze in de vuilnisbak gooide. De kinderen hadden niks in de gaten.

‘We gaan op papa’s slaapkamer spelen,’ zei mijn oudste.

‘Prima,’ zei ik.

Alles onder controle. Niks aan de hand. Gewoon niet meer vergeten.

Dagelijks een stukje. Voor u. Voor mij. Deel ze gerust. Koop mijn roman Bidden en vallen als u méér wilt.