De CIA kan je afluisteren via je smart-tv. Dat is groot nieuws, blijkbaar. Toch snap ik niet helemaal wat het verschil is met het afluisteren van je oude telefoon, zoals ze vroeger deden, en zoals ze in films en series over de maffia doen. 

Niettemin boezemt het me angst in. Of in ieder geval ben ik er alert op. Die ene aflevering van Black Mirror, waarin mensen worden gechanteerd met videomateriaal afkomstig van hun eigen webcam, ben ik niet vergeten.

Ik plakte het oogje van mijn laptop af met papiertape. Eerst met één stukje. Toen stelde ik me de persoon aan de andere kant voor. Hij zat al een tijdje naar me te kijken. Niks aan de hand, lekker kijken, alles goed en wel. Ineens zag hij me opstaan en weglopen en terugkomen met die tape. Shit! Wat zullen we nu beleven? Ik plakte het stukje tape op het oogje. Nee! Maar het viel mee; het papier was zo dun en licht dat hij me nog steeds kon zien, zij het dat ik iets waziger was. Opgelucht haalde hij adem.

Ik stelde me dat voor, en ik typte wat, ik beantwoorde een mail. Het oogje bleef me afleiden. Opnieuw stond ik op. Wat nu weer?! dacht de man aan de andere kant. En verdomd als het niet waar was: ik plakte nóg een stukje tape op het oogje.

Inmiddels zitten er zes stukjes papiertape op het oogje, over elkaar heen geplakt. Maar de man is nog niet weg. Hij heeft nog niet opgegeven. Ik voel hem kijken, achter die stukjes tape. Ik voel zijn aanwezigheid. Soms begin ik te twijfelen: zijn zes stukjes tape wel echt genoeg?

De man is er altijd. Wat hij precies wil weet ik niet. Hij zit daar eenzaam naar het scherm te kijken. Het gelige, troebele, ondoorzichtige scherm. Hij weet dat ik erachter zit. We voelen elkaars aanwezigheid. Hij aan de ene kant van het gordijn, ik aan de andere. We leren elkaar niet kennen, want we hebben geen contact, maar als je zoveel tijd samen doorbrengt als wij dan krijg je toch een soort band. Iedere dag zijn we deel van elkaars leven. We zijn allebei ook nooit echt alleen.

Binnenkort trek ik de stukjes tape er misschien eens vanaf. Dan kijk ik lang naar het oogje, met mijn gezicht er vlakbij, en zeg ik aarzelend: ‘Hallo?’ En misschien is dat dan het begin van iets nieuws. 


Waarschijnlijk komt het vandaag van de drukker: Wij zeggen hier niet halfbroer. (Publicatie 14-3.) Mail vooral de uitgever voor een recensie-exemplaar (g.leblansch@singeluitgeverijen.nl). Deze stukjes automatisch per mail ontvangen? Klik hier