Ebru Umar is nog nooit een leuke Marokkaan tegengekomen. Althans, dat zei ze tegen twee ‘Mocro’s’ die haar lastigvielen en haar vroegen: ‘Zeg me, waarom heb je een hekel aan Marokkanen?’ En toen zei ze dat dus, dat ze nog nooit een leuke Marokkaan is tegengekomen. En dat schreef ze ook op, gegoten in deze anekdote, in haar column voor dagblad Metro.

Even later in de column volgt nog een anekdote. Ook een Turk viel haar lastig.

Ze eindigt de column zo: ‘Mocro’s en co zijn de mislukte nageboorte van de multiculturele samenleving. Dat ik en met mij velen worden lastiggevallen, wordt mogelijk gemaakt door Rutte en co die dit tuig op alle mogelijke manieren faciliteren en tegemoetkomen.’

Ik las dit in de trein en ik schrok. Ik schrok omdat het me in eerste instantie niets deed. Omdat ik er blijkbaar aan gewend was. Aan deze toon. Dit is het enige gratis krantje en het slingert door alle treinen. In dat krantje zegt een columnist dat ze nog nooit een leuke Marokkaan is tegengekomen.

Dit gif sijpelt dus door heel Nederland, door alle stations.

Waar ik van schrok, ook, was haar zekerheid. Precies denken te weten wie deugt en wie niet, wat er mis is met ons land, en wiens schuld dat is. Het is fundamentalisme: niet meer willen twijfelen en dus alle twijfel kopje-onder duwen in stellingname en zwart-wit-retoriek. Hoe harder je iets verkondigt, hoe meer je vooral jezelf overtuigt van het feit dat je het weet, dat je gelijkt hebt. Zoals een fundamentalistische islamiet doet, of een fundamentalistische christen, of boeddhist, of whatever.

Een Marokkaan te zijn en dit in de trein te moeten lezen. Wat zoiets bij je oproept. 

Het vergif, het splijten, het opjutten, het gevechtsklaar maken. In de trein, achter ieder opgeklapt tafeltje.

Uiteraard wil ik met dit stukje niet bagatelliseren dat Ebru Umar is lastiggevallen. Dat is akelig, verkeerd en traumatisch. Hier iedere dag een stukje. Ik schreef een roman: Bidden vallen.