Mijn jongste, van vijf, viel tegen mijn schouder in slaap. We zaten op de bank. Hij was nog steeds niet helemaal beter na de griep, een pips gezichtje. We hadden net buiten gelopen. Mijn oudste ging na thuiskomst meteen boven met nieuwe Lego zitten spelen. Het was een moment van perfecte stilte, perfecte rust. Een tussenmoment. Mijn jongste en ik gingen op de bank zitten zonder doel. Geen tv aan, niks te eten of te drinken. Normaal zou hij na een paar minuten zijn opgestaan, iets zijn gaan doen, ergens om zijn gaan zeuren. Hij zat tegen me aan, zijn handje in mijn hand. Ik sloot mijn ogen, zelf ook nog herstellende van griep. Ik voelde hem stiller en stiller worden, zijn warme lijfje verslappen, zijn ademhaling vertragen. Zijn hand ontspande maar bleef liggen in mijn hand. Ik keek om me heen. Misschien zocht ik iemand om het moment mee te kunnen delen. Want dit zou nooit meer gebeuren. Dat wist ik ineens zeker. Niet op deze manier. Ik geloof zelfs niet dat het ooit eerder is gebeurd. Er gingen minuten voorbij. Ook boven was het nog steeds stil. Alles was perfect. Ik was zielsgelukkig, maar ook was ik verdrietig. Ik begreep niet waarom. En toen ineens wist ik het. Ik zat afscheid te nemen.

Veel te doen dus morgen geen stukje, vermoed ik. Je kunt mijn stukjes delen met de knoppen hieronder. Ik verstuur ze ook per mail. Mijn roman heet Bidden en vallen.