Mijn dromen gaan steeds meer mijn wakkere leven in de weg zitten. Ik noem deze aandoening somnium onus. (Latijn voor ‘droomlast’. Heb ik zelf samengesteld met Google Translate.)

Mijn dromen worden steeds intenser. Ze voelen steeds echter. Laatst schreef ik al over de nacht waarin ik wakker werd op de vloer – ik had gedroomd dat ik verpletterd dreigde te worden – en mijn bed schuin tegen de muur zag staan; ik moet eronder terecht zijn gekomen en het met al mijn kracht van me af hebben geworpen. Ik had een beurse voet en schrammen op mijn schenen.

Of dit dan. Vaak droom ik dat ik lig te slapen zoals ik lig te slapen. Met andere woorden: de droom komt overeen met de werkelijkheid. Voorbeeld. Mijn jongens sliepen bij me. Het huis was donker en stil, voor dag en dauw. Ik hoorde mijn jongste roepen, dat hij wilde opstaan, en realiseerde me dat de wekker niet was afgegaan. Ik riep: ‘Ja! Goeiemorgen!’ Maar dat riep ik dus ook in het echt. Echter, het was pas zes uur en mijn jongste hád helemaal niet geroepen. Maar door mijn ‘Goeiemorgen!’ waren beide jongens plotsklaps wakker en klaar om op te staan, ruim een uur voor de wekker. Somnium onus zeg ik je!

Dromen dat ik ontwaak en verlamd ben, ook zoiets. Daar bestaat trouwens wél een term voor: slaapparalyse. Godsgruwelijk eng is dat.

Maar er is meer. Ik herinner me mijn dromen ín andere dromen. Een paar dagen geleden droomde ik over een klein rood motortje. (Een soort kart-motor?) Ik vond het een stoer ding en reed ermee door de straten. Helemaal het mannetje. Ineens reed ik door een sneeuwlandschap. Sneeuw tot aan de horizon, geen mens te zien. Verdwaald, bang. Maar doet er niet toe; in dezen gaat het ergens anders om. De nacht erop droomde ik namelijk dat ik vrienden vertelde óver de droom met het rode motortje. Blijkbaar neem ik herinneringen aan de ene droom mee naar de volgende. Mijn dromen communiceren met elkaar. Er is nu dus een parallelleven dat zich afspeelt in mijn dromen. Een lappendeken van dromen die steeds groter wordt.

Wat nu als dat parallelleven straks substantiëler is dan mijn wakende leven? Wat als ik meer en meer in dromen kom te leven en steeds minder hier in deze wereld? Misschien ben ik één dezer dagen wel verdwenen. Geen stukjes meer op internet. Geen columns en boeken meer.

Jullie weten nu waar je me zoeken moet. Ik zal naar je zwaaien, rijdend op mijn rode motortje. Spreek me aan. Zeg dat ze me missen, thuis. Help me herinneren. 


Misschien was dit het laatste stukje van dit jaar. Mijn jongens hebben vakantie, dus weinig ochtenden vrij. Je abonneren op de stukjes kan hier