Op het perron. Een strook zonlicht langs de rand, kaarsrecht, parallel aan het dak. Ik loop in S-bochten: zon in, zon uit, zon in, zon uit. Mensen op bankjes, mensen met telefoons, wachtend. Vrouwen in jurkjes. Geluiden: vogels, verkeer, een omgeroepen mededeling. Dingdong; een frequentie, trillende lucht, geregistreerd door de fijne haartjes in mijn oor en dan in mijn brein omgezet naar geluid: Dingdong. Hoor ik dat geluid, of máák ik dat geluid? En als ik het maak, wie is het dan die het hoort? De mensen om me heen, allemaal gemaakt van moleculen die zo oud zijn als de oerknal. Maar goed, wat is oud, want wat is tijd? Moleculen opgebouwd uit atomen, elektronen, etc. De kleinste deeltjes niet eens deeltjes, geen materie, maar stroompjes energie die verdwijnen en weer verschijnen, die op meerdere plekken tegelijk kunnen zijn, onafhankelijk van tijd en ruimte en die toch, nu, hier, ogenschijnlijk een lichaam op het perron vormen. Met huid en zweet. En heerlijk lang haar. O, kijk naar haar, zie haar. Ik ga van hitsige fantasieën naar me zorgen maken naar mijmeringen naar ideeën voor een boek naar het geluid van een ringtone. Van associatie naar associatie. Ben ik degene die denkt, of degene die de gedachten registreert? Op momenten als dit denk ik aan dat boek, Why Does The World Exist?, waarin aan wetenschappers, filosofen en religieuzen wordt gevraagd: waarom is er iets ipv niets? Al die mensen hebben er veel over te zeggen, maar niemand weet het. Niets bestaat niet. Niets heeft geen temperatuur. Niets kan niet. Dus is er dit. Dit perron. Dit onbegrijpelijke maar tegelijk vanzelfsprekende samenraapsel van bewustzijn, materie, perceptie, licht, geluid. (De vrouwen!) We hebben het er maar mee te doen. En het is meer dan we aankunnen. Zet je hart open, zet je hoofd open, en je zult zien dat het te veel is, dat het te groot is, dat je er alleen maar beduusd middenin kan staan. Daarom heb ik nooit begrepen waarom we mensen spiritueel noemen die spreken over ‘meer tussen hemel en aarde’ en een ‘hogere macht’ of een ‘andere wereld’. Die zijn niet spiritueel, die kunnen alleen het mysterie híér niet meer zien. Daarom zoeken ze naar iets anders. Alsof ze deze wereld inmiddels wel kennen. Dat is geen spiritualiteit, dat is escapisme, en in zekere zin cynisme. Maar prima hoor. Ze doen maar. Ik sta hier goed. Want kijk naar haar, en zie haar. En O! O! O!


Laatste stukje van de week. Kijk HIER de uitzending van De Nachtzoen terug. Abonneer je HIER op mijn stukjes. Morgen in Volkskrant Magazine lift ik mee met Eric Corton.