Een stukje van mijn moeder vandaag. Of nou ja, het is een mailtje dat ze me stuurde. Ik copy-paste het hier en noem het een stukje:
Opnieuw een geweldige slotzin aan je sprankelende liefdevolle portret van Durlacher (in Volkskrant Magazine). Je bent zo goed hierin. Het is jouw talent de menselijkheid te bewaren en bewaken. Die steentjes in de rivier verleggen de stroom even sterk als het voeden/gooien van angst, wat een groot deel van de mensheid al genoeg doet. De mens lijdt het meest aan het lijden dat ie vreest, daar blijf ik me maar mee troosten. In kleinere kring niet vijandig zijn is al heel mooi. Het kwaad is van alle tijden, alleen nu lijkt het groter, door allerlei communicatiemogelijkheden de lucht in gegooid, maar dat telt net zo goed voor alle tegenkrachten. Zelfs in de tweede wereldoorlog is er vertrouwen in de mens en de bevrijding gebleven, hoe moeilijk ook. Ik denk dat memento mori heel goed is om het leven te kunnen leven, maar wat dood is, weet niemand, we kennen alleen de angst ervoor. De kunst is om niet in paniek te raken en de kleine dingen met overgave en aandacht te doen. Vanmorgen (maandag) ook al zo’n angstaanjagend stukje van Grünberg, al dat gesomber creëert en activeert meer gesomber. In de put praten van de kleine lezer lost niks op, volgens mij. Ik schrijf dit vooral om de (m’n makkelijk aangewakkerde) angst wat te relativeren.
Ik ga nu weer verder met wassen, strijken, boodschappen doen, kinderen uit school halen, kortom zo vriendelijk mogelijk doen wat er gedaan moet worden. In liefde en dankbaarheid voor je schrijverschap, gedenk de kracht en de macht van het/je geschreven woord, Je mama.
Morgen weer een stukje van mij.